| Gelabeld in: Niet gelabeld | 22 mrt 2009 |
| Geplaatst door: Hans de Groot |
Met een groep van veertien mensen vliegen we zaterdag 21 maart om 18.00 u. weg van Schiphol, op weg naar een druk maar interessant programma. De meesten zijn afkomstig uit de hout- en bouwmaterialenhandel, één vertegenwoordigt Stichting Keuringsbureau Hout, één Probos en één de Nederlandse houtagenten.
In Beijing is het zeven uur later, wat de rare gewaarwording geeft dat het, de Chinese hoofdstad al naderend, om 01.30 u. al volop licht is. Slapen verschrompelt tot een dutje: het ontbijt wordt al geserveerd. We kijken vanuit de hemel neer op een prachitg getekend bergachtig landschap en dan op de uitgestrekte Gobi-woestijn. Hoe groot China ook is, enorme delen blijken dus niet geschikt voor bewoning of voor zoiets elementairs als landbouw.
Ook het vliegveld van Beijing is enorm, al lijkt het qua vliegbewegingen en mensenverkeer meer op een regionale luchthaven. De douane neemt nadrukkelijk de tijd om onze paspoorten en visa te controleren, zodat aan de negen uur vliegen nog één uur vertraging wordt toegevoegd. Maar dan staan we ook buiten, in de zon. Waarmee we geluk hebben, zoals onze begeleiders aldaar ons vertellen.
Deze dagen worden we vergezeld door Mirjam Docter van het reisbureau en gids Jason Lee. Gelukkig gaan we, dwars door Beijing, eerst naar het hotel voor een opfrisbeurt, voor we ons direct al in het programma storten wat eerst de bedoeling was.
De bustocht door Beijing is tegelijk een openbaring en een verademing: zo modern en westers eigenlijk. Het beeld van communistische beknelling klopt allang niet meer. De mensen zijn heel ontspannen, de architectuur is 20ste- en 21ste-eeuws, en het is opvallend rustig voor een stad waarin evenveel mensen wonen als in Nederland: 16 miljoen.
Overwegend staan er veel wolkenkrabbende appartementengebouwen, waarvan het woonoppervlak per inwoner niet bepaald groot te noemen is. In veel gevallen worden deze megakippenhokken uitbundig ontsierd door airconditioningvoorzieningen aan de gevel. 's Zomers kan het in Beijing loeiheet zijn, dus nood mag kennelijk de esthetiek breken.
Onze begeleiders voeren ons eerst langs het Olympische dorp, waar we het inmiddels vermaarde vogelnest van Herzorg & De Meuron aanschouwen. Nooit gedacht dat ik dat nog eens met eigen ogen zou aanschouwen, maar dat geldt voor meer bezienswaardigheden die ik in boeken of op tv berustend voor kennisgeving heb aangenomen.
Alras vertrekken we naar de Verboden Stad, een complex van 74 hectare, bestaande uit een opeenvolgende reeks pleinen die worden omsloten door kleurige, rijkversierde houten gebouwen met de bekende wipdaken. De goddelijk geachte keizer had daar als functie om de ultieme balans tussen alles en allen te houden. Dat evenwicht is ook in de kunstige bouw duidelijk waarneembaar. Wie de film The Last Emperor heeft gezien, weet wat voor persoonlijk drama dit inhoudt.
Vanuit de Verboden Stad zien we op enige afstand het gebouw van de Chinese omroep liggen. Ook dat is een aha-erlebnis, dit ontwerp van Rem Koolhaas. Hebben we toch ook dit gezien!
Na drie uur vertrekken we naar het Tiananmen Plein (Plein van de Hemelse Vrede), dat minder groot lijkt dan andere ooggetuigen je hadden voorgespiegeld. Met afmetingen van 500 x 850 m zou toch moeten kloppen, dat dit het grootste plein ter wereld is, maar veel groter dan het Museumplein in Amsterdam is het toch niet. Of bedriegt de schijn? De stedelijke bebouwing n de Chinese hoofdstad is zo ruim opgezet, dat het kolossale karakter, ook van andere gebouwen, misschien wegvalt.
Dit is dus de plaats waar een student in 1989 niet voor een tank uit de weg wilde gaan, een beeld dat nog op ieders netvlies staat. Gids Jason, die zich de hele dag geweldig van zijn taak kwijt, praat er heel ontspannen over.
Aan dit plein ligt onder andere het mausoleum waarin Mao ligt opgebaard. Het is er bijzonder druk, ook voor Chinezen is het een trekpleister. Ik raak in gesprek met twee Chinese studentes, afkomstig uit het gebied van de opgegraven stenen soldaten, die hun hoofdstad komen verkennen. Zij willen morgen naar de Verboden Stad, en vragen wat ik ervan vind en hoeveel tijd ze ervoor moeten uittrekken. Ik kan ze deskundig informeren: de omgekeerde wereld, zo dankbaar als ze die vriendelijke buitenlander zijn.
Maar goed, morgen gaat het los, een hele dag lang. Daarover echter morgen.







