|
Gelabeld in: Niet gelabeld |
15 juli 2008
|
|
Geplaatst door: Hans de Groot
|
Het eerste bezoek gaat vandaag naar het Semenggoh Wildlife Reserve. Voor het eerst zie ik daar in het betrekkelijke wild de oranje mens, de orang-oetan. Het is een groep van elf verwonde dieren, wezen of gewezen huisdieren, die worden getraind om weer in het bos te kunnen terugkeren. Een van de vrouwtjes is hoogzwanger. Sommige laten zich in de opvang zelden of nooit meer zien, zo groot is het bosgebied dat ze tot hun beschikking hebben. Sinds 1975 zijn meer dan 1.000, ook andere bedreigde dieren gehuisvest: zoogdieren, vogels, reptielen, en tevens vertegenwoordigers van de flora. Het centrum doet tevens aan onderzoek en educatie. Voor het eerst krijg ik een oerwoudgevoel: 1. we zitten dieper in het bos; 2. er is een gematigd lawaai van insecten en een enkele vogel. Kan ik daarmee thuiskomen?
Vervolgens vliegen we in 50 minuten naar Miri, dat aan de andere kant van Sarawak vlak bij de driehoek Brunei ligt. Met vliegende spoed worden we met zes terreinwagens door het lieflijke stadje vervoerd naar het idyllische hotel waar we zullen overnachten - zoals je ze alleen ziet in Amerikaanse tv-series. Vervolgens reizen we af naar naar het verblijf van resident Ose Murang (een soort gouverneur) van Miri Division (een soort county of provincie). In het opnieuw uitgebreide ontvangstcomité zitten leden van de plaatselijke Kamer van Koophandel en twee hoofdmannen van de Penan, een van de daar levende inheemse volken. Ook nu staat er weer een bordje met kleine lekkernijen gereed, waarop we veilig aanvallen omdat er een boterhammetje bij ligt.