| Gelabeld in: Niet gelabeld | 5 feb 2009 |
| Geplaatst door: Hans de Groot |
Rudy Uytenhaak is Architect van het Jaar 2008 geworden. Die prijs is hem natuurlijk van harte gegund. Toch valt er ook wel wat op af te dingen, wanneer ik lees dat 'de prijs is bedoeld om de professionaliteit en innovatiekracht van Nederlandse architectenbureaus nader onder de aandacht te brengen van opdrachtgevers, pers en publiek, en tevens de hoge architectonische kwaliteit van hun gerealiseerde werk.'
Want ja, als een van je dierbaren in een project van Uytenhaak woont, dan worden de fouten en feilen mij als architectuurjournalist riant op een presenteerblaadje aangereikt. Algemeen lovende besprekingen verliezen dan meteen zowel hun bestaansrecht als zeggingskracht.
Het gaat om het woongebouw Hoop, Liefde en Fortuin uit 2002 in de Rietlanden te Amsterdam, bij de Piet Hein-tunnel. Ja, u leest het goed: alhoewel de naam verwijst naar drie molens die ter locatie onder deze namen hebben gedraaid, is toch ook de conclusie te trekken dat Geloof plaats moest maken voor de platte Mammon. Het project is een schoolvoorbeeld van IFD-bouwen: Irritant, Flodderig en Desolaat.
Van de buitenkant toont het enorme, langgerekte woongebouw van acht verdiepingen oogstrelend, met mooi geaccidenteerde donkerbakstenen gevels, fraaie groengeribbelde metalen gevelbeplating en een prachtig kinetisch betonnen scherm over de hele langsgevel.
Maar voor de bewoners begint met dat scherm direct ook de eerste irritatie. Op zich heb je vanuit de woning een geweldig stedelijk uitzicht richting Centraal Station, ware het niet dat de dwarsbalken van het scherm woningbreed door je blikveld lopen. Je moet hetzij door de knieën, hetzij op je tenen om nog iets van het stadspanorama te ontwaren. Dat is dan nog daargelaten dat het scherm als geheel je een opgesloten gevangenisgevoel geeft.
Aan deze panoramazijde is tevens voorzien in een dubbelvoudig stelsel van goedkope schuifraampjes in een ordening van 2 x 16 stuks. Als huisvrouw moet je hogere wiskunde hebben gestudeerd om die 32 (!) ramen al heen en weer schuivend te lappen. U kent ongetwijfeld het gewurm met die cijferschuifpuzzel. En ramen zemen is helaas regelmatig nodig, omdat het autoverkeer door de Piet Heintunnel de ramen zonder enig schuldbesef en dus welbewust beroet.
Een volgend punt. Tijdens de bouw moet er iets vreselijk zijn misgegaan met de aansluiting tussen galerij en gebouw. Komend vanuit de lift, moet je namelijk 15 cm omhoogstappen naar de galerij en bij je woning weer 15 cm naar beneden je huis in, een bedroevend voorbeeld van Onaanpasbaar bouwen. Voor de bewoner blijft dit een permanente irritatie, omdat ze niet alleen zelf steeds moeten opletten, maar ook omdat ze hun leven lang tegen iedere gast moeten zeggen: 'Pas op het afstapje!' Hoe nodeloos moeten dingen kennelijk zijn?
Ook de plattegronden van - in dit geval - de maisonette op de 4e/5e verdieping zorgen voor ergernis. Het leefgedeelte met woonkamer en keuken is beneden, de slaapkamers en de douche zijn boven. Maar boven zit ook de buitendeur, zodat je altijd de trap op moet als er wordt aangebeld. Hoegenaamd is de entree verloren ruimte. Nadat je 15 cm in je woning bent afgedaald, ontrolt zich een dermate lange gang, dat je je hoe verder je komt steeds eenzamer gaat voelen. Wat doe ik hier? Of eerder nog: Wat doet die gang eigenlijk hier?
Beneden zijn het leidingwerk van elektra en water, het toilet en een kleine berging samengevat in een blok dat pontificaal op tweederde van de ruimte is geplaatst. Het leidt ertoe dat je voortdurend aan het omlopen bent, niet alleen letterlijk, maar ook speelt het idee van een omweg steeds door je gedachten.
Irritatie nummer zoveel is de combinatie gang en trap. Die zitten zo dicht op elkaar, dat er van een draaicirkel nauwelijks sprake is. Met andere woorden, een beetje hoge kast die naar de woonkamer beneden moet, komt reddeloos klem te zitten. Tot dusver moesten de bewoners twee keer een hoogwerker huren om meubelstukken via een raam naar binnen te krijgen. En dat zijn feitelijk volstrekt onnodige kosten.
Betreden we via de keuken het balkon om even lucht te scheppen. De ademnood wordt er echter niet opgeheven. Voor het architectonisch beeld loopt deze uitloop namelijk over de breedte taps toe van circa 2 naar 1 m. Als bewoner heb je er dus niets aan: hoe moet je je er bewegen, hoe moet je het inrichten met groen, een tafeltje en stoelen? Je kunt er alleen maar bedremmeld in file staan met de al verleppende begonia's in je bemodderde handen.
En dan struikelen we op datzelfde balkon over de laatste hindernis. Hoe in den vrede moet je de ribbelgroene gevelplaten en de ramen op de verdieping schoonmaken? Dat kan alleen met een ladder, en die zijn tegenwoordig verboden. Bovendien, als je valt, dan ook meteen over het balkonhek 15 m naar beneden - dat zul je geheid zien. Moet een glazenwasser dus tot het onnodige deel der vaste lasten worden gerekend? Of filosofischer en dieper, waarom is ooit de VAC (Vrouwen Advies Commissie) afgeschaft?
De conclusie kan derhalve zijn dat het appartementencomplex niet bepaald een visitekaartje voor Rudy Uytenhaak is. De jury monkelt echter lustig voort over de thans gelauwerde architect: 'De jury ziet een breed architectenbureau dat actief is op vele fronten en dat in het gerealiseerde werk aandacht geeft aan alle schaalniveaus.'







