| Gelabeld in: Niet gelabeld | 11 juli 2008 |
| Geplaatst door: Hans de Groot |
Na een vlucht van 1,5 uur vanaf Kuala Lumpur over de Zuidchinese Zee landen we in Kuching (= Kat), de hoofdstad van Sarawak, een diagonale horizontaal die slechts iets kleiner is dan Peninsular Maleisië. Kuching ligt in de linkerhoek. Het weer is als de vorige dagen: zon, wolken en af en toe een (slag)regen of een zaaiworp druppels. De temperatuur schommelt rond de 30 °C, wat voor Europeanen aangenaam is.
Gisteravond heb ik het diner overgeslagen. Als eenvoudig liefhebber van brood wordt mjin maag niet goed van al die warme maaltijden op een dag. En ik ben het volledig met hem eens. De meeste groepsdeelnemers hebben andere activiteiten, dus niemand wordt gemist. Bovendien was het al 21.00 uur toen ik mijn vorige dagrapport verzond. Bij mijn persoonlijke analyse van de warrige wereld der certificaten vergat ik te vermelden dat uiteindelijk waarschijnlijk twee keurmerken zullen overblijven: PEFC en FSC. Onder het eerste zullen alle landencertificaten gaan vallen, onder het tweede de losse bosarealen.
We rijden meteen door naar het hoog boven de omgeving uitrijzende kantoor van de Sarawak Timber Industry Development Council (STIDC), waar we op de bovenste, 20ste verdieping worden opgewacht door een aantal delegaties, 25 man en vrouw sterk: behalve de STIDC zijn dat de Sarawak Forestry Corporation (SFC), de Sarawak Timber Association (STA) en de State Planning Unit (SPU), welke laatste zich bezighoudt met de inheemse volken. Er zijn liefst 27 van die groepen in Sarawak. Ze maken zelfs 70% van de bevolking van 2,4 miljoen uit. Dat plaatst het hele idee van onderdrukte bevolkingsgroepen meteen in een heel ander perspectief. Met z'n allen zitten we rond een kolossale ellipstafel. Althans de Europeanen en de ene Australiër doen zich te goed aan kleine kwarktaartjes die later het dessert blijken te zijn, want midden in de samenkomst worden dampende bordjes neergezet met mihoen en ingrediënten.
Het vervelende van dit soort grote samenkomsten is dat de dialoog bevroren verloopt. Te veel mensen, te veel presentaties, te veel vragen, dus waar moet je beginnen? De bos- en houtorganisaties geven een overzicht van hun talrijke activiteiten. Het woord certificering valt pas als ik het op tafel werp. Sarawak gaat, als grote staat, z'n eigen weg, in een eigen SFM-programma (Sustainable Forest Management), los van de MTCC. Alhoewel dat ook niet waar is: twee van de zes grootste bosbedrijven doen wel in MTCC. Bovendien worden aan Europa, de grootste doordrijver, maar fractionele hoeveelheden geleverd, en illegaal hout uit Indonesië (Kalimantan) is marginaal.
De kwestie van de inheemse volken speelt met 27 varianten hier natuurlijk sterker. In zekere zin is het een strijd tussen de inheemse groepen onderling. Er zijn stapels wetten om de turbulentiën te regelen, wat erop wijst dat ze niet per hamerstuk vrede met elkaar houden. De komende dagen wordt dit onderwerp nog dieper besproken.
‘s Avonds is er een officieel Chinees diner met de organisaties, zodat ik dit verslag deze dag vandaag niet meer kan verzenden. Bij een gesprek op het hotelterras met een ontspannen glas over de schoonheid van hout tussen Sheam Satkuru, directeur van MTC Europe, en Duncan Brack die aan/tegen illegaal hout werkt, blijkt hij het in kennis van houtsoorten tegen ons te moeten afleggen.







