| Gelabeld in: Niet gelabeld | 9 juli 2008 |
| Geplaatst door: Hans de Groot |
Gisteravond schoof een landgenoot bij het diner aan: Vincent van den Berk. Namens de Europese Commissie is hij bezig Maleisië over de streep te trekken zich aan te sluiten bij het FLEGT-programma (Forest Law Enforcement, Governance and Trade), dat er met name op is gericht illegaal hout uit te bannen. Hij woont al twee jaar in Kuala Lumpur... Maar hij verwacht dat de afronding met een maand of zes ook inderdaad rond is. De twee grootste obstakels zijn: de deelname van aandeelhouders (stakeholders) en de juiste behandeling van de inheemse volken. Op Oost-Maleisië (Sabah en Sarawak) leven al gauw vijftig ‘indigenous people'.
Hoegenaamd is Maleisië al een precair evenwicht tussen Maleiers, Chinezen, Indiërs en Euraziërs. Bij de vorming van de federatie (1957) gingen wel elf staten en drie federale territoria samen, maar tot op vandaag voelen bevolkingsgroepen zich achtergesteld door vooral de Maleiers die niet eens inheems zijn. Zo bepaalt je achternaam of je kunt studeren of een baan krijgt, vertelt iemand mij die om deze reden in het buitenland is gaan studeren.
In 1963 voegden Sabah en Sarawak zich bij de federatie, op voorwaarde van het behoud van een grote eigen autonomie, meer nog dan die de andere staten behielden. Het oliestaatje Brunei op Oost-Maleisië dácht er niet over zich aan te sluiten, en Singapore op het schiereiland werd uit de federatie gesmeten: te veel Chinezen, te veel gevaar voor (financiële) dominantie, want de banksector was in hun handen. De democratie is er één op wieletjes, aldus het relaas van mijn Maleisische gesprekspartner.
Toen Europa jaren geleden aandrong op de certificering van bossen was het te verwachten dat het land als door een wesp gestoken reageerde. Niet alleen was hier sprake van neo-kolonialisme, maar ook banjerde het westerse continent als een olifant door de porseleinkast van het broze evenwicht der bevolkingsgroepen.
Die certificering blijft een verwarrend hoofdstuk. Te veel keurmerken buitelen over elkaar heen, elk strijdend om de voorrang. In Maleisië lopen MTCC, FSC, PEFC en Keurhout. De laatste is in het leven geroepen om juist de verwarring bij de (Nederlandse) consument weg te nemen. Opzet was alleen te fungeren als trechter of poortwachter: één Keurhout-Keur geeft aan dat het hout ongeacht het certificaat oké is. Maar inmiddels heeft ook dit keurmerk uitbreiding gevonden in Keurhout-Duurzaam, -Legaal, -SYS en -LET. Wie van de Nederlanders dit vlekkeloos kan uitleggen, mag het zeggen.
Vlak voor het zomerreces zou de Tweede Kamer debatteren over de BRL voor gecertificeerd hout. VROM kiest inderdaad voor de hieraan verbonden inkoopregels, LNV echter wil de FLEGT-lijn volgen. Het debat is dus voor de zoveelste keer uitgesteld, waarmee de verwarring richting chaos gaat en we zowaar onze eigen stammenstrijd hebben, en dat terwijl we tegen andere volken zo'n betweterende hoge borst opzetten.
Vandaag blijven we in de staat Selangor, waarin Kuala Lumpur ligt. We rijden naar het westen richting zee om drie bedrijven te bezoeken. Het is een redelijk warme dag (30 ºC) met Hollandse wolkenluchten. Het eerste bedrijf is meteen ook het leukste: Gunung Seraya Wood Products in Port Klang, leverancier van een reeks houtproducten en -componenten. Een jongeman in korte broek en T-shirt die we voorbij willen lopen, blijkt de directeur: Chin Lee Yen.
Hij is in een gestaag proces bezig alleen MTCC-gecertificeerde producten te verkopen. Belangrijk probleem voor hem is dat lang niet alle zagerijen voor dit certificaat in zijn. Analfabetisme komt er veel voor - Maleisië mikt erop in 2020 een geïndustrialiseerde staat te zijn -, dus als hij het over dit onderwerp heeft, kijken ze hem aan of ze water zien branden. Instappen willen ze niet, want dan moeten ze lezen en schrijven leren en ook nog Engels! Een ander probleem is dat MTCC vooral op meranti is gericht, terwijl hij 25 houtsoorten voert. Ook het certificeringsproces en de vermarkting van minder bekende houtsoorten heeft dus nog een lange weg te gaan. Toch is deze heldere en gedreven jonge directeur erin geslaagd dat hij sinds april jl. 30% MTCC-producten kan verkopen.
Victory Enterprise uit Klang, maker van onder andere houtproducten, gezaagd hout en tuinmeubelen, levert 60-70% in MTCC, 50% in Keurhout-Legaal en ook nog een klein beetje in FSC. Maar in dat geval gaat het om radiata pine uit Nieuw-Zeeland.
Weng Meng Industries te Banting (deuren) hanteert een luchtige houding in de brandende kwestie van certificering. Het merendeel der deuren gaat naar landen waar gekeurmerkt hout niet of nauwelijks een rol speelt, zoals de VS, Australië, Pakistan en de Filippijnen. Het beetje FSC betreft hetzelfde radiata pine. De wil is zeker aanwezig, maar de noodzaak ontbreekt. Een bedaard vaartje is snel genoeg. Alleen bij dit laatste bedrijf kregen we koffie aangeboden, wat weer wel een sympathieke indruk maakte.
En overigens, groepslid Duncan Berack, werkzaam bij The Royal Institute of International Affairs, afdeling Illegale producten, vertelt me dat op dit moment Papoea-Nieuw-Guinea het land is waar de ergste illegale handel in hout plaatsvindt.
Morgen vliegen we naar Sarawak om daar polshoogte te nemen.






