| Gelabeld in: Niet gelabeld | 19 mrt 2010 |
| Geplaatst door: Hans de Groot |
Bouwen in Nederland blijft een kwestie van conservatief vasthouden aan wat men al kent. Het prachtige project Crystal Court in Amsterdam-Buitenveldert met z'n alzijdige western red cedar gevels (TANGRAM Architekten) was helemaal in houtskeletbouw gedacht, maar geen aannemer die eraan wilde, door gebrek aan kennis.
Zoals het gaat bij bouwprojecten worden ze standaard uitgekleed, maar ook treedt er regelmatig een wisseling van aannemers op, met wel zo treurige gevolgen. Bij een spraakmakend complex had de architect samen met de betonleverancier een revolutionair gevelsluitend systeem bedacht. Daardoor kon je bovendien steigerloos bouwen. De leverancier moest echter roemloos het veld ruimen voor een collega die alles stug kauwend terugdraaide naar oudbroodoplossingen.
Aan de andere kant, in Amerika kunnen ze wel schitterend in hsb bouwen, maar weer niet in beton, zoals wij. In staal kunnen wij overigens nauwelijks ontwerpen. Enkele materiaalcijfers: beton 90%, staal 8%, hout 2%. Deze wanverhouding vindt ook z'n weerslag in het bouwtechnisch onderwijs, waardoor de horizon van duurzaamheid nooit dichterbij komt.
De positie van de architect wordt hoegenaamd steeds zwakker, nog 'versterkt' door de huidige economische ontwrichting. Hij ontbeert de kracht om de kwaliteit te realiseren die nodig is. Alles is vermanaged, waardoor projecten door hun kwalitatieve grens zakken. Van de Zuidas word je bepaald onveilig. De gebouwen vormen geen mooi aansluitend geheel door het ontbreken van niet-kantoorfuncties die iets uitstralen. Ze zijn gewoon wegbezuinigd. Gevolg: niemand loopt er 's avonds graag rond. De basisfout 'goedkoop is duurkoop' blijft zo in eeuwigheid bestaan. Visionaire opdrachtgevers? Bánken maken nu de rampzalige dienst uit, en die weigeren stokstijf een visie te hebben.
Neem nog de ArenA. Gemeentelieden hadden een Spaans stadion gezien, maar iets dergelijks bleek in de Amsterdamse couleur locale tot hun eigen verbazing totaal niet te passen. Als reddende engel werd Sjoerd Soeters erbij gehaald. Die heeft er nog wat dingen aangeplakt. Maar het gemis van sfeer is dodelijk. Rond het veld ligt een verlaagde tankgracht aan een muur die ver boven het veld uitsteekt. Wat je per se moet vermijden, geschiedt nu: een enorme afstand tussen spelers en publiek. Bovendien, op de vier hoeken buigt die muur naar buiten, opdat grasmachines en dergelijke makkelijk naar binnen kunnen rijden. Als er echter een hoekschop wordt genomen, kijk je zo door dat gat naar buiten in niemandsland. Alsof je op zaterdagmorgen bij GVO 8 bent waar je ook geen hond ziet!
Daar heeft een architect dus verstand van, om dat niet te laten gebeuren. Maar zelfs woningbouwcorporaties scharen zich in het klinkendgeldkoor. Die maken geen gebruik meer van een architect, die gaan direct naar een tekenbureau.
Architecten leven tegenwoordig dus in een permanente staat van oorlog met opdrachtgevers en aannemers. Ze zouden zich met elkaar moeten verbinden, maar ja, de meeste bureaus zijn te klein om een mokervuist te maken. En architecten zijn eigenwijs en wíllen - allemaal hun eigen dokterspraktijkje - feitelijk niet samenwerken. Trots rondkijkend houden ze (de schijn van) hun imago hoog. Maar wat heb je daaraan als dat naar de ondergang voert?







