| Gelabeld in: Niet gelabeld | 5 feb 2009 |
| Geplaatst door: Houtblad Online |
Het Q-concept
In Het Houtblad 1/2009 staat een artikel over een Q-woning op Amsterdam-IJburg. Deze bijzondere woning is gebouwd volgens duurzaamheidsprincipes, maar dat is niet alles. In een interview legt ontwerper en initiator Edwin Smit (MIII architecten Rijswijk) de unieke eigenschappen uit van het Q-concept.
Hoe is het Q-concept eigenlijk ontstaan?
Edwin Smit: 'Zoals alles is ook dit geleidelijk gegroeid. Al ver voor 2000 zat ik regelmatig in stuurgroepen van de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat. Die waren erop gericht iets te doen aan het grondstoffengebruik, want de eindigheid ervan begon toen langzaam tot iedereen door te dringen. Daar kwamen implementatieplannen uit voort als 20% meer hout in de bouw en de Nationale Pakketten Woningbouw en Utiliteitsbouw.'
Hoe kwam je daar eigenlijk als architect in terecht?
'Ik ben geen architect die alleen in vormgeving is geïnteresseerd, ook techniek en materialenkennis en -gebruik vind ik uitermate boeiend. Dat heeft ook wel met mijn karakter te maken, ik ga graag diep in detail. Het was weliswaar vrijwilligerswerk, maar je doet veel contacten op.'
Oké, hoe ging het verder?
'Een nieuwe impuls kwam met SOD2 rond 2000 (Tweede Structuurschema Oppervlakte Delfstoffen, HdG). Dat gaf expliciet aan dat er in 2008 een behoorlijk probleem zou ontstaan met de winning van zand en grind, terwijl er toch gebouwd moest blijven worden. Er moest absoluut iets gebeuren om een duurzame samenleving veilig te stellen. In januari 2003 kwam VROM met het specifieke verzoek of wij als bureau een team konden samenstellen om dubo dichter bij de consument kon brengen.'
Hadden programma's als 20% meer hout in de bouw en de Nationale Pakketten te weinig opgeleverd?
'Wel, decennialang had VROM geld gestopt in voorbeeldprojecten. Dat leverde veel kennis en kunde op, en ook duurzame producten met KOMO-certificaat. Maar ten eerste stond dubo nog steeds gelijk met duurder bouwen, en zo win je de consument niet. En ten tweede was het uittypen van implementatieplannen vaak het einde van het verhaal: het bedrijfsleven moest het verder oppakken. En dat werkt helaas nog te veel in de omgekeerde volgorde: eerst het brood en dan de moraal.'
Feitelijk is dat dezelfde houding die de rijke westerse wereld de ontwikkelingslanden kwalijk neemt: eerst bomen kappen en dan pas nadenken om ze te laten staan.
'Inderdaad, maar daarom was dat team een uitkomst. Dat ging een stap verder dan de bureaula. Het ging om doen, om concretisering, om de markt te betreden en bedrijven te enthousiasmeren.'
Wie zaten er eigenlijk in dat projectteam?
'Het was samengesteld uit Groen Planbureau te Den Haag, de ASN Bank, constructiebureau Raadschelders Bouwadvies en wijzelf als MIII architecten. Daar ligt feitelijk de kiem van het Q-concept.'
Sorry, even wachten, een bank in het team?
'Zeker! Je kunt wel iets bedenken, maar wil het toekomst hebben, dan moeten niet alleen bedrijven, maar ook banken erin meegaan. De ASN Bank richt zich bij haar activiteiten op een duurzame samenleving. Hier stelde zij zich de eis dat het geld van de klanten verantwoord moest worden belegd in hypotheken op groene woningen. Zo'n bank is het. Wij waren er dan voor het ontwerp, Raadschelders voor de constructieve doorrekening en Groen Planbureau voor de ondersteuning. Niet onbelangrijk was dat bij iedereen de wil om resultaat te boeken duidelijk aanwezig was.'
Hoe gingen jullie vervolgens tewerk?
'We formuleerden een aantal eisen. Dubo moest allereerst financieel een gewone optie worden, niet groter of gelijk, maar kleiner of gelijk aan traditionele bouwmethodes. De producten die we ontwikkelden, moesten dus een concurrerende prijs hebben. En ze moesten vernieuwbaar zijn. We stelden de voorwaarde dat een woning, waarin ze verwerkt worden, minimaal voor 90% uit vernieuwbare grondstoffen zou moeten bestaan. Daarop kan SenterNovem een Groenverklaring afgeven, en Woningborg en het GIW hun garantie. Verder kozen we voor een modulaire opzet, zodat iedere aannemer een Q-woning kan bouwen. Op alles een patent aanvragen is dus uit den boze, behoud van de aarde lukt alleen door samenwerking, of een zeker altruïsme als je wilt.'
Dat toont de huidige kredietcrisis ook wel.
'De tijd van graaien is inderdaad voorbij. Hopelijk vindt er nu definitief een omslag in denken en handelen plaats. Maar ook de film van Al Gore geeft ons een flinke duw in de rug en iets als cradle to cradle. Maar goed, dat is nu. In december 2003 presenteerden we ons plan aan VROM: een modulaire en ook demontabele bouwmethodiek met strikt gedefinieerde basiselementen: beganegrondvloer, wanden, kozijnen enzovoorts. Eigenlijk was dat al cradle to cradle avant la lettre. Mijn inspiratie vind ik steeds bij de Native People in British Columbia die al sinds mensenheugenis doen aan gesloten-kringloopbouw.'
Het komt er maar op aan dat dingen samenvallen en elkaar versterken, zoals Al Gore en cradle to cradle. Die staat van genade heb je toch altijd ook nodig. Of niet soms?
'We werkten al met anderen samen, dus we zaten niet volledig in het luchtledige rond te fietsen, maar extra stimulansen van buiten zijn altijd een geschenk. Het knappe van cradle to cradle is de koppeling van groene gedachten aan het westerse economische model. Dat snapt iedereen en zo blijven nieuwe dingen niet vaag en onbegrepen op zichzelf staan. Een heel sterk punt van het Q-concept vind ik nu juist dat het gewoon om eenvoud en toegankelijkheid gaat. Je moet geen drempels opwerpen, zowel de bouwpartijen als de bewoners moeten het kunnen begrijpen en er niet door afgeschrikt worden. De eerste groep wil makkelijk kunnen bouwen en de tweede wil echt geen ondoorgrondelijke hightech installaties in zijn huis. En die eenvoud zit ook - en dan heb je het over milieuzaken - in de materialen: vervang bijvoorbeeld glaswol door vlas, OSB en gipskarton door de celluloseplaat van Fermacell enzovoorts.'
Even terug naar eind 2003. Jullie hadden het plan ingediend bij VROM.
'We hebben meteen de koe bij de horens gevat. "We gaan gewoon bouwen," zeiden we tegen elkaar. Meteen in 2004 is de Coöperatieve Vereniging Q opgericht. De club bestaat inmiddels uit een reeks partijen uit het hele bouwspectrum: houthandels, gelamineerdhout- en houtskeletbouwbedrijven, aannemers, kozijn- en deurfabrikanten, uitvinders, noem maar op. Allemaal zijn we erop gericht interdisciplinair aan de gang te gaan. Ieder kwartaal komen we bij elkaar om kennis en ervaringen uit te wisselen. Ons Qantoor verzamelt informatie en een redactie stelt op basis daarvan het blad Q-wonen samen. Daarnaast hebben we de websites www.qforyou.nl en www.qwonen.nl voor updates en we proberen projecten op film vast te leggen. Nogmaals, belangrijk is dat iedereen hetzelfde wil en dezelfde kant opkijkt.'
Hoe werkt het begrip 'interdisciplinair' in de praktijk?
'Behalve samen de innoveringsweg inslaan is het ook de bedoeling dat leden bij elkaar inkopen: hsb-elementen, kozijnen, installaties en dergelijke. Boven in de offerte staat een Q-logootje, zodat iedereen weet waar het om gaat. Je vormt zo steeds wisselende inkoopcombinaties, met alle inkoopvoordelen van dien, ook voor de consument. Dat is dan consumentgericht bouwen. Daarbij werken we met codes die de garanties definiëren. Als bijvoorbeeld kozijnen niet FSC-gecertificeerd zijn, dan vervallen de groenverklaring, de € 10.000,- gemeentesubsidie en feitelijk ook het Q-gehalte. De codes zijn een drukmiddel om het allemaal goed te doen.'
Even voor de begripsvorming. Hoe verhoudt het Q-concept zich eigenlijk tot andere duurzame bouwmethodes, zoals passiefhuisbouw?
'Passiefhuisbouw is iets heel anders. Die komt niet overeen met onze filosofie. Wij gaan uit van drie schalen: ecologische duurzaamheid, een gezond binnenklimaat en een lage prijs. Dat willen we naar waarheid optimaliseren en daar geven we ook garantie op. Die drie schalen moeten allemaal binnen de bandbreedte zitten van wat we garanderen. Met andere woorden, de kosten moeten altijd zitten onder de prijzen van aannemers die in kalkzandsteen en met kanaalplaten bouwen. De passiefhuisbouw legt zoveel gewicht op luchtdichtheid en energiezuinigheid, dat de kosten veel te hoog worden vanwege de extra voorzieningen. Bovendien kiezen wij, zoals gezegd, voor eenvoud oftewel voor minder materialen.'
Tot zover is alles duidelijk, maar hoe zit het met de ontwerpvrijheid als jullie alles zo minutieus vastleggen?
'Goed dat je daarmee komt! Want ontwerpvrijheid is wel zo'n belangrijk uitgangspunt voor ons. Bij alles wat we bedenken, verliezen we die nooit uit het oog. Een belangrijk principe van het Q-concept is kernbouw. Dit houdt in dat je voorzieningen als douche, toilet en leidingen bij elkaar concentreert. Zo spaar je ruimte - er is geen meterkast meer nodig naast de voordeur - en vele meters leidingen. Omdat met de kern de stabiliteit geregeld is, heb je alle vrijheid om met de niet-dragende wanden te jongleren en vrije plattegronden te creëren. Installatietechnisch is dat ook heel zuiver: er zit geen centimeter leiding te veel in de woning. Dat bespaart weer materialen en dus kosten. Omdat de begeleiding in zowel de ontwerp- als de uitvoerings- en onderhoudsfase heel erg goed is, is het resultaat optimaal. En zo sla je meer vliegen in één klap.'
Dat klinkt ideaal.
'Ja, ik wil het nog eens benadrukken: onze parameter "Gebruik zo min mogelijk materialen" is niet alleen goed voor het milieu en de kosten, maar ook voor de architectuur. Zo'n systeem als het Q-concept uitdenken is een hele complexe materie. Maar het is ook een mooie sport. Ik heb geleerd dat techniek zonder meer ontwerpvoordelen heeft. Erg mooi vind ik dat zelf bij de Q-woning op IJburg, waaraan regenpijpen, waterslagen en dakrandprofielen ontbreken. De louro preto gevel mag gevel zijn: verzorgd, gestileerd en daardoor mysterieus. En dat gewoon door een wind- en waterdichte gevelfolie achter het hout te stoppen.'
Oké, laten we voortborduren op die IJburgse Q-woning. Zijn er nog meer voorbeelden te noemen die de esthetische, functionele en milieuvriendelijke voordelen van het Q-concept onontkoombaar bewijzen?
'Haha, waar zal ik beginnen? Laat ik een paar dingen noemen. Omdat we kiezen voor kernbouw en voor houtskeletbouw volgens de balloonmethode (wanden en vloeren worden niet gestapeld als bij de platformmethode, maar de vloeren worden tussen de wanden gehangen, HdG), kon ik terugliggende haakse ramen aanbrengen en een dito harmonicapui. Het is een hoekkavel, dus het zou dom zijn om de diagonaal van het uitzicht niet te benutten. Als die pui openstaat, vervalt de grens tussen binnen en buiten.'
Dat heb ik gezien, een fantastisch gezicht hoe de verdieping daar in de vrije ruimte hangt. Ik vroeg me af hoe dat constructief mogelijk is.
'Wel, laat ik het geheim verklappen. De verdieping is met stalen draadeinden aan gelamineerd houten balken op het dak gehangen, zodat die hoek van de harmonicapui ontlast wordt. Er drukken geen lasten op. Daarom ook zijn de gevels aan de bovenkant verschillend schuin. Die hoogtes zijn bepaald door wat constructief mogelijk was. In die zin is het zuiver form follows function. De woning toont vrij ingetogen en zit vol technische snufjes, dat is waar, maar de emotie zit in de details en in die mooie houten gevel. Beleving is ook duurzaam.'
Zeker zo'n goede emotionele ervaring vind ik dat je zowel beneden als boven rond de kern door alle kamers kunt lopen. Dat geeft een vrij gevoel.
'Dank je wel.'
Aan de verdiepingsvloer schijnt ook een bijzonder verhaal vast te zitten.
'Dat klopt. In de gangbare houtskeletbouw heb je altijd een balkenvloer met underlayment, gips, racheltjes, isolatie. Bij een woning zit je zo al snel aan 150 onderdelen die allemaal aan elkaar moeten worden bevestigd. Materiaalvermeerdering dus. We wilden twee dingen doen: af van het klankkastimago dat aan houten vloeren kleeft, en een financieel vriendelijker ding. Samen met Q-lid Heko Spanten hebben we een massief houten vloersysteem ontwikkeld, met messing en groef en voorspanstaven om de 11 m van de woning te kunnen overspannen. Maar die vloer was nogal duur.
Ik heb daarop contact gezocht met houtdocent Jan Willem van de Kuilen van de TU Delft die een student onderzoek liet doen naar zes verkrijgbare vloersystemen, zoals van Bresta, Inholz, Finnforest en Lignatur. De student bekeek ze op zaken als constructie, doorbuiging, brand, akoestiek, trilling, veiligheid en kosten. De vuren lamelvloer van Inholz uit Manheim, slechts 14 cm dik, voldeed het best. Ook was die gezonder. Hij is samengesteld met beuken deuvels, lijm of stalen verbindingsmiddelen komen er niet aan te pas. Met directeur Lambert van den Bosch van Heko ben ik toen naar Duitsland gereden om het product te bekijken.'
Een vloer uit Duitsland scoort milieukundig slecht door de lange vervoersafstand.
'Dat is waar, maar soms kan het niet anders. Er was echter ook een ander minpunt. Er bleek licht en rook tussen de lamellen door te kunnen gaan, en dat verbiedt de Nederlandse wet. Als oplossing zijn nu in alle lamellen sponninkjes van 6 mm gefreesd om de boel dicht te krijgen. Daarnaast wilden we er ook om de 60 centimeter e-kanalen van 20 x 20 mm in hebben. Maar dat zou nogal duur worden als je ze er incidenteel om de zoveel lamellen in zou frezen. Breng je ze echter structureel in alle lamellen aan, dan wordt het juist goedkoper! Dat is eigenlijk de omgekeerde wereld: meer handelingen zijn goedkoper. De truc is dat de freesmachine toch wel doordraait, het gaat in één moeite door, en zo krijg je een eindeloos en dus minder duur product. Verder kun je in een later stadium bij een verbouwing simpel nieuwe leidingen doortrekken: de gaten zitten er al. Een fantastische oplossing, waarmee je ook weer diverse vliegen in één klap slaat.'
Alleen Lambert van den Bosch was niet blij, toen zijn vloer afviel.
Nee hoor, dat is heel elegant geregeld. Inholz produceert de vloeren en Heko doet de verkoop in Nederland. Zo los je het als coöperatie, geheel volgens onze Q-filosifie, op een goeie manier samen op. Volgens diezelfde filosofie zit er evenmin een octrooi op.'
Zijn er nog meer succesverhalen?
'Over het gezonde binnenklimaat, een van onze drie schalen, hebben we het nog niet gehad. In ons systeem is verwarming altijd een lagetemperatuur-stralingsverwarming, in de beganegrondvloer en in de wanden op de verdieping.'
Waarom doe je geen verwarming in de verdiepingsvloer?
'Dat wordt afgeraden, omdat er anders onder de bedden broeinesten voor allerlei ongedierte ontstaan. Wandverwarming voelt ook heel aangenaam aan, omdat het je hele lichaam rondom verwarmt.'
Ga door.
'Ons systeem is helemaal afgestemd op klimaatscheiding, wat het comfort en de gezondheid bevordert. We bouwen ook niet dampremmend, maar dampopen. Als isolatie in de wanden gebruiken we vlas- of schapenwol. Dat kan tijdelijk vocht opnemen, waardoor er geen condensatieproblemen optreden: een te groot dampdiffusietransport blijft uit. Gevolg is dat er niet een hele partij binnenlucht hoeft te worden opgewarmd, de stralingswarmte is voldoende. Daardoor is het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur kleiner dan bij welk ander verwarmingssysteem ook. Omdat dus de luchtvochtigheid tussen binnen en buiten klein is, geldt datzelfde eveneens voor het dampdiffusietransport. De behaaglijkheid in een Q-woning is veel groter dan in de plastic zak van de huidige nieuwbouwwoning. En de kosten zijn laag.'
Dat heb je dus helemaal zo moeten uitvogelen.
Ja. Het is eigenlijk heel raar. In de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn we met spouwmuren gaan bouwen. Toen ontstonden er vochtproblemen. Daar zocht men een oplossing voor met dampremmers. Maar medici werd niet gevraagd wat dat voor de gezondheid betekende. Dus daar moesten ook weer oplossingen voor worden bedacht, en zo blijf je aan het stapelen. Je moet eigenlijk steeds terug naar het begin. Innovatie moet ook niet voortborduren op wat al bestaat, maar echt een nieuwe start maken.'
Als ik je zo beluister, dan heeft het Q-concept een grote toekomst. Kun je als concreet bewijs van bijvoorbeeld deze IJburgse woning het cijfer van de epc geven?
'0,55.'
Dat ligt ver onder de overheidsnorm van 0,8 en maar iets boven de 0,4 van een passiefhuis.
'We blijven het Q-concept rustig doorontwikkelen tot we de 0 hebben bereikt.'
Hans de Groot
Zie verder www.qforyou.nl en www.qwonen.nl.






