| Gelabeld in: Niet gelabeld | 13 apr 2010 |
| Geplaatst door: Houtblad Online |
Nu passief bouwen steeds meer bekendheid krijgt, heeft Stichting SKH een werkgroep in het leven geroepen om eenheid te scheppen in de regelgeving op het vlak van houttoepassingen. Een gesprek met SKH-directeur Oscar van Doorn.
De werkgroep Passief bouwen in Hout heeft haar eerste bijeenkomst inmiddels achter te rug. In kleiner comité wordt regelmatig vergaderd, plenair met wat ruimere tussenpozen.
Samenstelling werkgroep
Van Doorn heeft een brede groep mensen verzameld om tot een optimaal resultaat te komen. Deelnemers zijn: Bas Meeuwissen (Finnforest Holland), Bert Brinks (De Groot Vroomshoop), Piet de Graaf (Vereniging van Houtskeletbouwers), Chiel Boonstra (Trecodome), Dolf van Moorsel (Prodak), Edwin Kuin en Jos Middeldorp (Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten), Willem Olthof (Nijhuis Toelevering), Eric de Munck (Centrum Hout), Harm Valk (Adviesburo Nieman), Jan Hoekstra (VDM Woningen), Remko van Galen (SKH) en René Hillebrink en Roland van der Meulen Kunee (SHR).
Overigens zijn ook andere partijen welkom om aan de werkgroep deel te nemen.
Waarom dit initiatief?
Van Doorn: 'We weten allang dat hout uit duurzaamheidsperspectief een geweldige CO2-opslag bezit. Daarnaast gebruiken we hoe langer hoe meer hout uit duurzaam beheerde bossen. De volgende stap moet dan, denk ik, zijn het ook in duurzame en hoogkwalitatieve producten toe te passen. Het moet om zo te zeggen eeuwigheidswaarde krijgen. Duurzaam gegroeid hout fout gedetailleerd toepassen of verwerken in een weinig duurzaam product moet absoluut tot het verleden gaan behoren.'
En SKH wil daarin het voortouw nemen?
'Als controlerende en certificerende instantie richten we ons al jaren op de kwaliteit, uitgedrukt in prestatie-eisen, van het eindproduct. Dat moet nu een extra meerwaarde gaan krijgen. Hout heeft zulke geweldige mogelijkheden. Daarmee construeren moet een vanzelfsprekendheid worden, niet langer moet het worden gezien als een leuk innovatief en experimenteel materiaal. Zeker bij passief bouwen, de bouwmethode van de toekomst, moet het toepassen van hout zonder meer gemeengoed worden. Gunstige ontwikkeling is dat steeds meer aannemers kiezen voor CoC-certifcering, dus moeten we hier enthousiast op inspelen.'
Waar houdt de werkgroep zich mee bezig?
'Nog even terug - aanleiding was de constatering dat er een wirwar aan publicaties met bijbehorende eisen - of afgeleiden daarvan - over passief bouwen bestaat. Dat gegeven zet je eigenlijk meteen op achterstand. Waar moet je in vredesnaam als producent beginnen? Met andere woorden, voor de verschillende onderdelen als kozijnen en gevelvullende elementen blijken er veel verschillende manieren te zijn om aan die eisen te voldoen. Om te voorkomen dat producenten dan alleen maar uitgaan van de nu beschikbare oplossingen, bijvoorbeeld kozijnen van geïsoleerd hout, doen wij nu een stapje terug om zo breed mogelijk te kijken. We willen een set eisen opstellen, waardoor ook oplossingen, zoals in massief hout, eventueel tot de mogelijkheden zullen gaan behoren.'
Hebben jullie ook concrete doelen geformuleerd?
'Jazeker. Oorspronkelijk was het de bedoeling tot een handleiding te komen, een soort handreiking aan de producenten zo van: let daar en daar op en dit zijn de minimale eisen. Tijdens de eerste bijeenkomst kwamen we tot de conclusie dat het beter is dit in de vorm van enkele publicaties te doen, met daarin zaken als referentiedetails, minimale uitgangspunten en waarden, zoiets als niet nagelen maar lijmen. Als marktpartijen is het uiterst belangrijk onderlinge afspraken over het kwaliteitsniveau en de prestaties van passief bouwen te hebben, zodat er een einde komt aan alle verwarrende onduidelijkheid. De nog veel voorkomende praktijk is dat opdrachtgevers in arren moede naar buitenlandse, met name Duitse voorbeelden grijpen en dan ook bij buitenlandse leveranciers uitkomen. Dat moet eindigen. Daar ligt dus een taak én een opdracht voor Nederlandse producenten. Het mag niet meer voorkomen dat ze afhoudend reageren op vragen uit de markt naar passieve kozijnen, daken en gevelelementen, omdat ze onbekend zijn met de materie, maar ze zouden die gewoon moeten kunnen leveren.'
Dat klinkt veelbelovend.
'De grote winst is dat de werkgroep er nu is en dat er al flink voortgang wordt gemaakt. We vergaderen veel en willen voor de bouwvak al behoorlijk wat in de steigers hebben staan.'
Als het zo snel gaat, kunnen we jullie dus noteren als deelnemer met klinkende resultaten aan de Nationale Houtdag eind november?
Natuurlijk. Ik zal voor een spreker zorgen!
Hans de Groot






