Speuren in geuren en kleuren

Amsterdam, 24 april 2018 08:19 | Door de redactie

De wereldkeuken is er. Het Verre Oosten en Zuid-Amerika gaan culinair samen op één bord, en dat smaakt nog lekker ook. Ook architectonisch worden ze tot een uitbundige stamppot verwerkt. Maar, hoe kan verstilde Japanse poëzie samengaan met rondborstig carnaval?

Ook in spelling zijn de keukens ongespatieerd aan elkaar gehoofdletterd: SUSHISAMBA. Het voedselexperiment blijkt al sinds 1999 te bestaan, toen in New York de eerste vestiging opende. Daarna volgden Miami, Las Vegas, Londen - en nu - Amsterdam. Binnenkort krijgt Londen er een tweede pleisterplaats bij in Covent Garden. De gerechten zijn historisch wel gefundeerd. Begin 20ste eeuw beproefden duizenden Japanners hun geluk met het aanleggen van koffieplantages in vruchtbaar Zuid-Amerika. En zo gingen ook de eetculturen smaakrelaties met elkaar aan.

Lol happen
Traditionele gerechten, kleurrijk gemixt tot nieuwe mengelmoezen, leidden tot een keur aan gerechten in klederdracht. Voedsel is visueel, ja, maar ook 'joie de manger' oftewel lol happen. De gangen trekken dus als kleine praalwagens in carnavalsoptocht voorbij. Het rumoer gaat in het restaurant superlatief tot een kleurenstorm van materialen en een krachtsexplosie van vormen, alles overgoten met - hinderlijke ontwikkeling in de neohoreca - een luide golfslag van muziek. In die knotsgekke collage zit je dan te (str)essen, zouden Duitse venijnproevers zeggen. Het is een bacchanaal voor alle zintuigen. Eraan ontsnappen lukt niet, want openheid is een alommetje, van de zichtkeuken tot de gevelhoge ramen: iedereen zit aan de openluchtmaaltijd. Maar wel geinig is dit al te.

Luchtige stapeling
Buiten ben je nog argeloos. Tegen het rondlopende Holland Casino van wit natuursteen met grijsomrande openingen contrasteert een half zo hoog gebouwtje met blank gebeitste houten gevel en een klein buitenterras. Opvallend zijn de uiterst slanke rode kolommen (O 101,6 mm), de felgele onderhelft van aluminiumhouten puien (PEFC-gecertificeerd Vilam-lariks) en het vrij zwaar ogende dak van gelamineerd lariks, eveneens PEFC. Nader beschouwd blijkt dit laatste een luchtige, blindgeschroefde stapeling van zich staffelende en kantig verjongende dwars- en langsliggers (80 x 160, 100 x 240, 120 x 360 mm). De bovenste liggerlaag, beschermd door een hardglas plaat, priemt schuin naar boven. Alle vierkante kopse spantuiteinden zijn witgeschilderd, een oude Japanse  beschermingstechniek tegen vochtindringing.

Op het glas tussen de gele schuifpuien (Amsterdam!) en het dak zit een vaste zonwering van panelen, bestaande uit een dubbele laag kruisbalkjes van onbehandeld lariks, per paneel om en om tegengesteld diagonaal geordend. Een plankier voorlangs snijdt als olifantenpaadje de route van Leidseplein naar Max Euwe- en Museumplein af.

Zintuigenbestorming
De zintuigenbestorming begint meteen bij de entree, waar je door een sluis van felgekleurde balkjes en latjes in open verband via een stalen trap met blankeiken aantreden naar beneden dendert. Je blik verschiet over een vloer van slingerende witte en zwarte banen, opgebouwd uit kleine stenen. Je treft zo'n plaveisel ook aan langs de Copacabana in Rio de Janeiro.

Halverwege het restaurant gaat de vloer abrupt over in een gladde witte variant, ingezaaid met kleinere en grotere zwarte rechthoekomlijningen in schotsverband. De plafonds, soms verlaagd, zijn voorzien van lariks lattenroosters; de zoldering langs de gevel golft. Boven de lange bar-lounge, rechts van de trap teruglopend, is het plafond antraciet gestuukt. De komvormige wand achter de bruinlederen langsbank kent een horror vacui van gekleurde huisjesvormen. Langs de rand van de gebogen bar loopt een knalgeel verlichtingselement; erboven flitst als variant een gele bliksem.

Dit artikel van Hans de Groot komt uit Het Houtblad 2/2018. Het complete artikel is hier te lezen

Foto: Albert Bakker Amsterdam