Stapel op hout

Tokio, 12 april 2018 12:37 | Door de redactie

De beroemde Japanse architect Kengo Kuma is een dichter. Naast grote en megagrote projecten ontwerpt hij tal van fijnzinnige projecten. Met name in hout is hij een bedreven en gedreven virtuoos. Coeda House (= Huis van de Kleine Takken) is een nieuwe ode aan hout.

De locatie van Coeda House is ronduit idyllisch. De frêle 49-laagse stapeling van vederlichte balkjes licht de flank van een heuvel helder op aan de Sagamibaai die in de Stille Oceaan overvloeit. Je hebt vandaar, 150 m hoog, een grandioos uitzicht over groene aardglooiingen en blauwe zeeplooiingen. De heuveldiagonaal maakt deel uit van het stadje Atami (37.000 inwoners) in de prefectuur Shizuoka, hemelsbreed 87 km ten zuidwesten van Tokio.

Horizontale gelaagdheid
Opvallend is de sterk horizontale gelaagdheid van de houtstapeling (4,40 m hoog) op dit hellingplateau. Het wordt extra benadrukt door het witte vierhoeksdak van vier gelijkzijdige driehoeken die elkaar met de stompe hoeken licht stijgend in het midden ontmoeten. De constructie toont als een leiboom met een naar alle kanten uitgetrokken kroon (10,5 x 10,5 m). Hij staat op een eveneens
exact vierkante vlonder van Japans schijniepen planken (12,5 x 12,5 m).

Het dak wordt ondersteund door een aanraking van vier glazen schuifwanden tussen grijze aluminium slankstijlen die het weidse zichtveld minimaal inperken. Idee was bovendien te suggereren dat de boom op z’n stam rust, net als in de natuur: daar leunen bomen ook niet op een wandelstok. Een buitenrand van door-de-kolommen-de-zee-niet-meer-zien ontbreekt dus. 

Dougong
Ook in de aankleding is de transparantie en abstractie nagestreefd. Bezoekers zitten op houten stoelen aan glanzend metalen tafels met glazen blad. De bar is evenzeer een stapeling van balkjes. De plankenvloer en houtconstructie zijn blind bevestigd, wat de verschijningsvorm op scherp zet. De balkenrepetitie is typisch Kengo Kuma: een mengeling van traditionele ambachtelijkheid
en moderne constructietechnologie.

Het Coeda House doet denken aan de Yusuhara Wooden Bridge Museum (Het Houtblad 4/2012), waarin eveneens de constructiemethode dougong (= blok en drager) modern is toegepast. Dit stapelen van balken dateert uit circa de 2e eeuw v.Chr. en vond ingang in China, Taiwan, Japan en Korea. Door de grote spreiding van krachten werden reusachtige, aardbevingsbestendige daken mogelijk. Later kregen ze een eerder sierlijk dan constructief karakter.

Adembenemend sprookje
Bij het paviljoen begint de ‘willekeurige’ stapeling van vierkante balken (8,0 x 8,0 cm) bij de stam, die vervolgens uitwaaiert naar het dak. Als houtsoort dient Alaska ceder van 800 jaar oude bomen (houdbaarheidsklasse 2). De kopse kanten zijn naar traditie wit geschilderd, een zowel functionele als esthetische oplossing. De balken zijn versterkt en verbonden met ingeharste wapeningsstaven van koolstofvezel; die hebben een zevenmaal hogere treksterkte dan stalen exemplaren en waarborgen zo de aardbevingsbestendigheid.

Is het Coeda House overdag al een formidabele bezienswaardigheid, ‘s avonds is het een fenomeen van opperste schoonheid: de verholen verlichting bovenin maakt de kruin tot majestueuze kroonluchter. Het paviljoen wordt dan een adembenemend sprookje. 

Dit  een samenvatting van het artikel over Coeda House uit Het Houtblad 2/2018. Lees hier het complete artikel.  

Foto's: Kawasumi Kobayashi Kenji Photograph Office