Botterbrug Harderwijk

Capelle aan den IJssel, 2 februari 2015 11:50 | Hans de Groot

Botters waren eertijds de vissersschepen van de Zuiderzee. Vissershaven Harderwijk houdt de geschiedenis levend met een tuibrug voor fietsers en voetgangers, waarvan de twee azobé pylonen bottermasten symboliseren en de tuidraden de tuigage. Wel zo bijzonder is dat de dekconstructie uit azobé sluisdeuren bestaat.

Botters waren eertijds de vissersschepen van de Zuiderzee. Vissershaven Harderwijk houdt de geschiedenis levend met een tuibrug voor fietsers en voetgangers, waarvan de twee azobé pylonen bottermasten symboliseren en de tuidraden de tuigage. Wel zo bijzonder is dat de azobé dekconstructie op sluisdeuren is geïnspireerd.

Sommige dingen uit het verleden blijven hardnekkig sentiment houden. Toen de Afsluitdijk in 1932 de Zuiderzee tot IJsselmeer devalueerde, stortte de visserij grotendeels in. Dat gold ook voor Harderwijk, dat bovendien polder Flevoland in z'n snufferd geduwd kreeg. Wat voor de deur restte, was het Veluwemeer, een wel erg grootse naam voor een luw lintje water.

Tweemastpoort
Het bottergevoel bestaat echter nog steeds, levend gehouden doordat er nog tientallen van in de pleziervaart zijn. Daarom zijn alle Harderwijkers ook zo trots op hun nieuwe brug, die onwillekeurig de weemoed lenigt om wat teleur ging. De aanblik en beleving zijn tweeledig. Met de auto rij je als het ware tussen een welkomstpoort van twee masten door, met de fiets peddel je licht-stijgend-licht-dalend over een steiger waarlangs twee botters liggen aangemeerd, in de diepte, want je ziet alleen de masten. Met hun flauw hellende stand (3°) en de asymmetrische verdeling van de tuien bootsen ze perfect het silhouet van dit scheepstype na.

Hinderlijke barrière
Directe aanleiding voor de bouw was dat de wijken Stadsweiden, gebouwd in de jaren 1970, en Drielanden, sinds de jaren 1990 nog altijd in de (woning)groei, broodnodig met elkaar verbonden moesten worden. In de komende tien jaar verrijzen in Drielanden-West ruim duizend huizen voor circa 2.500 bewoners. De drukke rijksweg A28 van Utrecht naar Groningen vormt tussenwijks namelijk een hinderlijke barrière. Tegelijk past de brug in de recreatieve route tussen de bosrijke omgeving en het klotsje Ve'luw'emeer (Strand Horst). En voor de Drielanders komt er zo, via het Zeepad, een directe verbinding naar het centrum van Harderwijk met de oude, botterbemeerde vissershaven.

Drie bruggen
In feite is er sprake van drie bruggen. De eerste twee liggen in elkaars verlengde; de ene is eigenlijk ook te zien als de aanbrug van de andere. De 77 m lange tuibrug, opgebouwd uit elf secties van 7 x 6 x 0,4 m, overbrugt in een vrije overspanning van 49 m de A28. De aanbrug voegt daar 78 m aan toe, in tien secties van 7,8 x 5,4 m, en gaat over de Weibeek richting Stadsweiden. Ernaast ligt het zusje: een kleine betonnen plaatbrug van 10 m lang, die een oudhouten exemplaar vervangt. Eis was dat het maritieme verleden in de overbruggingen moest worden verwerkt. Ter inspiratie diende een azobé tuibrug in het Limburgse Grubbenvorst met aan weerszijden twee paren pylonen. Het Houtblad publiceerde hierover in nummer 2/97.

Sierlijke curve
Het kunstwerk is volgens het Design & Construct-model gerealiseerd in een uitstekende samenwerking van Heijmans Civiel, Wijma Kampen en ZJA Zwarts & Jansma Architects. Lead-architect Rob Torsing: 'Heijmans vroeg ons mee te doen. Eerst wilden we niet, omdat het ontwerp al leek vast te staan: à la de brug in Grubbenvorst. Gelukkig bleek er gewoon vrijheid van ontwerp te zijn, op de verwijzing naar het visserijverleden na.' Dat was voor het bureau geen probleem, al denkt het wel eerder technisch dan esthetisch. 'Wat goed functioneert, is namelijk ook mooi. Als je de romp van een boot alleen op schoonheid baseert, kom je varend geen meter vooruit.' En simpel: veel verbindingen, hoe interessant ook, zijn duur en onderhoudsgevoelig, dus streef naar minimaal. Daarnaast was de landschappelijke inpassing een gegeven. Om een plukje bomen te sparen, gaat de (aan)brug er in een sierlijke curve omheen.

Vlaggetjes in de top
Het bureau, dat eind jaren 1990 mee-innoveerde aan het houten wegportaal, trok met beide partners aan het juiste touw om de opdracht binnen te halen. Projectarchitect Jochem Verbeek: 'De gemeente eiste specifiek een houtlook, al zeiden ze dat niet met zoveel woorden. Opdrachtgevers willen tegenwoordig niet meer verantwoordelijk worden gehouden voor hun keuzes. De markt moet de oplossingen verzinnen, inclusief onderhoud.' Andere consortia die in de aanbestedingsprocedure meeliepen, kwamen inderdaad met een houtlook in de vorm van houtend geschilderd staal of een betonnen brug, waarin de vlampatronen van de houten bekisting zichtbaar waren. Torsing: 'Wij snapten het beter! Harderwijk wilde een houten brug, dus die gaven we ook, met vlaggetjes in de top.' En zo werd de opdracht binnengehaald.

Azobé sluisdeuren
Een belangrijke rol speelde Wijma Kampen die uit de aard des bedrijfs veel kennis, kunde én ideeën inbracht. Al tijdens de eerste sessie stelde Peter Zanen, manager Civil engineering projects, voor het brugdek in liggende azobé sluisdeuren uit te voeren. Met de toepassing op zich heeft de onderneming al vele tientallen jaren ervaring. Zanen: 'We hadden breedte en een behoorlijk windverband nodig om de hoge geëiste aanrijbelasting van een truck (1.600 kN of 160 ton) te halen. Ineens doemde toen het beeld van een sluisdeur op. Bovendien pasten de afgeronde achterharren als zijkanten esthetisch uitstekend bij het architectenontwerp.' Een eerste voorzet met gelamineerde liggers gaf een ongewenste hoogte van 1,5 m aan. Met het sluisdeurprincipe werd daarentegen een slankheid van 0,4 m gehaald. De afgeronde zijkanten blijven in het zicht, verder is er van de sluisdeuren niets te zien, tenzij je vanonder tegen de brug aankijkt.

Demontabiliteit
Onderhoud bleef een belangrijk punt, maar ook hier kon Wijma overtuigen. Verbeek: 'Ze hadden vijftig jaar oude sluisdeuren in Friesland getrokken en die doorgezaagd op de waterlijn waar de meeste aantasting plaatsvindt. Ze waren daar maar één centimeter ingevreten.' Dat gaf vertrouwen: een brug moet minimaal tachtig jaar meegaan. Torsing: 'Bovendien is de brug ontworpen op demontabiliteit, dus na tachtig jaar zijn onderdelen eventueel te vervangen. Andere reden was overigens ook dat de componenten bij de montage moesten kunnen worden bevestigd zonder dat wegafzettingen nodig waren.' Dat de brug twee pylonen zou krijgen, was eveneens al snel beslist: minder is meer. Eén pyloon was een brug te ver. Dan moest met gelamineerd hout worden gewerkt: dat was te ingewikkeld, te overgedimensioneerd en er moest te veel staal in.

Subtiele esthetiek
De onderbouw is van beton: landhoofden, kolommen (negen stuks onder de aanbrug), twee tussensteunpunten (onder de hoofdbrug) en ankerblokken (voor de tuien). De subtiele esthetiek van het architectenbureau verraadt zich bijvoorbeeld in de tussensteunpunten, die niet de vorm van een juk hebben, maar van een presenteerblaadje waarop brugdek en twee pylonen rusten. Nog treffender gezegd, de twee voetstukken met consoles zijn een maritieme verbeelding van helmstok met roer. Of het zijn aanlegsteigers. Ook met het beton is gespeeld. In de voetstukken is het wapen van Harderwijk uitgespaard, terwijl de landhoofden een rimpelend waterprofiel hebben gekregen. Ragfijn zijn voorts de relingen: twee rijen thermisch verzinkt stalen spijlen (Ø 16 mm), waarvan de ene recht en de ander schuin is geplaatst, heel stijf en visueel heel mooi: kinetisch, slank, transparant. Torsing: 'We wilden één continuüm zonder balusters ertussen. Wij houden van abstractie.'

32,5 m hoog

In de reling is led-verlichting opgenomen, waardoor beeldverstorende lichtmasten op de brug konden uitblijven. Masten en tuien worden 's avonds aangestraald door armaturen in het brugdek en het maaiveld. De azobé hoofddraagconstructie hangt via stalen tuidraden (Ø 30, 36 en 60 mm) aan de pylonen. De opbouw van de elf brugdekdelen, met cnc-machines geprefabriceerd bij Wijma, is: afgeronde buitenste randliggers (de achterharren; 350 x 350 mm), twee, soms drie trekstangen (Ø 48 mm elk; zorgen voor de doorkoppeling en vangen de aanrijbelasting op), binnenste randliggers (400 x 350 mm), een stelsel van langsliggers (95 x 95 mm) en dwarsdragers (180 x 300 mm) en een windverband (Ø 42 mm; vangt mee de aanrijbelasting op). Hierop zijn glasvezelversterkte kunststof profielen (55 mm hoog) aangebracht, waarop een epoxy slijtlaag is gelijmd: 1,5 m grijsgeel voor de voetgangers, 3 m oranje voor de fietsers. Door de gracieuze slinger in de tweede (aan)brug is hier een deel van de randbalken en langsliggers scheef gefreesd.

Groot jongensavontuur
De twee pylonen zijn 32,5 m hoog: 4,5 m hoge tussensteunpunten, 22 m hoge azobé stammen en 6 m hoge stalen top met vlag. De zoektocht van Wijma naar de juiste bomen op de eigen FSC-gecertificeerde plantages in Kameroen was één groot jongensavontuur. Na twee maanden werden vijf bomen geschikt bevonden en gekapt. De twee beste exemplaren, elk 21 ton zwaar, zijn verscheept naar Antwerpen en vandaar vervoerd naar Ambachtelijke houtdraaierij Doornekamp in Waddinxveen. Daar moest de werkplaats worden verlengd en het machinepark aangepast om de 22 m lange stammen te kunnen draaien tot masten. Per stam duurde dat één volle week.

Spannende dialoog
Zoals bij een botter bestaan de pylonen uit een vierkante onderzijde (1 x 1 m), waarvandaan de masten in diameter taps toelopen van 85 naar 65 cm. De stalen toppen met wimpels kunnen met de wind meedraaien. En zo staat de Botterbrug met schuinse masten in spannende dialoog met voetgangers, fietsers en automobilisten, in een wisselend belevingsritme van langzaam, sneller, snelst.
 
 Locatie:  Zeepad-Driuelandendreef Harderwijk
 Opdrachtgever: 
 Gemeente Harderwijk
 Ontwerp:  ZJA Zwarts & Jansma Architects Amsterdam
 Aannemer:   Heijmans Civiel Nijkerk
 Constructeur onderbouw:   Heijmans Integrale Projecten Rosmalen
 Constructeur bovenbouw, levering en montage brug: 
 Wijma Kampen
 Draaien azobé masten (pylonen):
 Ambachtelijke houtdraaierij Doornekamp Waddinxveen
 Jaar:   2014
 Bouwkosten:   € 2,9 miljoen