De Kemp Vortum-Mullem

Capelle aan den IJssel, 4 mei 2015 11:42 | Hans de Groot

Soms is het goed je impulsen te volgen. Een overzichtelijk leven staat vaak gelijk aan een wezenloos ronddralen. Dus het roer om, Hollandse randstad wordt Brabants platteland, afstandelijk designmanager wordt sociaal gastheer… Eens even internetten welke architect daarbij iets kan ontwerpen. Hm, uit Groningen? Hm, meteen doen!

Dat is ongeveer het verhaal van Antoine Achten. Afkomstig uit Venray trok hij voor zijn opleiding en bijbehorende beroep van communicatie- en designconsultant dertig jaar geleden naar de grootste snelsteden van ons land, Amsterdam en Rotterdam, om zich daarna met vrouw en drie zoons te herijken op de toekomst. Hij koos voor een landelijk leven als moderne herbergier in de geboortestreek van zijn voorgeslacht. Zijn vrouw zou via haar werk voeling met de randstad blijven houden, maar de nieuwgebouwde eigenwoning, vonden echtelieden en kroost, moest beslist in Kalmpjes-Rustigoord staan.

Langgevelboerderij
Als opdrachtgever had hij enkele vastomlijnde ideeën over de multifunctionele woning. Het moest zijn geënt op de hoeves uit de omgeving, de Brabantse langgevelboerderij. In een lange rechthoek zijn hierbij voorhuis, stal en schuur achter elkaar gepositioneerd. De lengte was nodig om achter elkaar plaats te creëren voor woonkeuken, twee bed and breakfast-verblijven (elk 20 m2) en een vergaderruimte. De woonfaciliteiten zetten zich op de verdieping voort met woonkamer, kindergebied met drie bedsteden en speelklimmeubel en ouderslaapkamer. Googelend op boerderijen en schuren stuitte Achten al snel op architectenbureau Onix NL uit Groningen, dat groot is geworden in het 'vreemd vertrouwd' omgaan met archetypische vormen.

Perfect imperfecte
Het budget was beperkt. Hoewel de lange logementwoning er vanbuiten behoorlijk fors uitziet, merk je binnen toch een zekere krapte. Behalve door het ruime programma dat erin moest worden ondergebracht, komt dit doordat het volume bezuinigingsgewijs met 1,5 x 0,5 m is ingekrompen. Complete hout(skelet)bouw was te duur, reden waarom de woonwerkvoorziening in hybridebouw is uitgevoerd. Architect Haiko Meijer van Onix NL vindt low budget echter eerder een uitdaging dan een beperking. 'Ook een veranda is wegbezuinigd. Maar elk plan moet in zichzelf zo sterk zijn, dat het iets kan missen. Het past bij onze visie van het perfect imperfecte.'

Waarheid der onzekerheid
Het resultaat is een abstracter archetype van een langgevelboerderij: strakzwarthouten gevels, strakzwartpannen dakvlakken. Maar Meijer greep iedere kans om te spelen met vormen en betekenissen, te verrijken, te vereenvoudigen en op losse schroeven te zetten, in het speciale Onix-idioom. Boven alles torent de waarheid der onzekerheid, zonder echter dat dit tot multitasten leidt. 'Het ideale realiseren is niet mogelijk, alleen het tijdelijke. Zo geloof ik in de uniciteit van de locatie: elke locatie heeft z'n eigen huis. Je kunt dus niet iets bedenken dat overal past. We onderzoeken nu bijvoorbeeld oude gebinten om te komen tot een nieuwe locatiespecifieke verleidelijkheid: gebinteergebegint. Zonder onzekerheid vind je niets nieuws uit.'

Merel in duikvlucht
Nieuw is dat hij de laatste tijd ook poëzie in zijn architectuur brengt. Bij de eerste bespreking liet hij als eerste ontwerpschets merelgeluiden horen. Associatief leidde dat tot het zwarte volume en het snaveloranje blanke hout. De langsgevel op het noorden is geheel zwart, met daarin als ruime insnijding de entreepartij van blank iroko geveltimmerwerk. Beide kopse gevels beginnen zwart en gaan dan zigzaggend over in sterk verticale blanke iroko stijlkozijnen. De zuidelijke langsgevel die uitzicht biedt op het landschap, is bijna geheel kozijn op een zwarte T in het midden na. Doordat het dak ook zwart is, lijkt het of de merel in duikvlucht is. Een andere gedachtesprong is het afpellen van de donkere schil, waardoor je bij het lichte, kwetsbare innerlijk komt. De verticale lijnen van gevelbekleding en stijlen relativeren de horizontaliteit van het boerderijtype. De kozijnen werken bovendien van opzij als gordijnen, waardoor je niet naar binnen kunt kijken: een typisch Onix-spel van to kozijn or not to kozijn.

Prima uitvalsbasis
Het beeld van de merel had te maken met het oudste landschap van Nederland aldaar: de Maasheggen, een cultuurnatuur van percelen, verdeeld door ineengegroeide meidoorn- en sleedoornheggen. Landbouw en veeteelt waren er eeuwenlang de middelen van bestaan. Het tweelingdorp Vortum-Mullem zelf, vallend onder Boxmeer, is een prima uitvalsbasis naar historisch interessante, kortbije bestemmingen als Nijmegen, Cuijk, Grave, Venlo, Overloon, Essen en Kleve. Voorts is het een van de pleisterplaatsen van het Pieterpad, Neerlands langste wandelroute van Pieterburen in opper-Groningen naar de Sint-Pietersberg in neder-Limburg. Ook de Staatsbossen met heide en zandverstuivingen groeien om de hoek. Het waren allemaal redenen voor Achten aan de rand van dit natuurgebied een woon-verblijf-vergadercentrum te stichten.

Elegante omslag
Bijdragend aan het abstracte beeld in het geschakeerde landschap zijn de zwarte, borstelig ruwe gevels, waarvoor gebrand inlands douglas is gebruikt. Dit nieuwe FSC-gecertificeerde product van Zwarthout uit Laren grijpt terug op de oude Japanse techniek shou-sugi-ban (gebrande ceder geveldelen). De eerste experimenten met lariks (shou-karamatsu-ban) nagelde architect-directeur Pieter Weijnen op zijn woning op IJburg; zie Het Houtblad 7/2009. Inmiddels levert hij verschillende varianten in diverse houtsoorten. Hier is verticaal geordende open gevelbekleding van Naoshima Douglas (shou-dagurasu-ban) toegepast in drie afmetingen (150/100/50 x 20 mm), dosse gezaagd douglas dat diep is ingebrand. Hierdoor krijgt het hout een prachtig houtskoolachtig aanzien dat al naar de zonwerking in zilver-, grijs- en bruintinten opglanst. Door het kwetsbare brosse oppervlak vraagt het een speciale geschroefde montage. Volgens voorschrift moet houten gevelbekleding vanwege opvliegend vocht en vuil 30 cm boven het maaiveld starten, maar als Onix-oplossing is hier de ruimte opgevuld met dubbele horizontale planken die eenvoudig te vervangen zijn. Beeldspelend heb je nu in plaats van een broek met te korte broekspijpen een pantalon met een elegante omslag.

Robuust, eerlijk, ruig
Als scherp contrast is het interieur een stuk lichtergekleurd en daardoor ook intiemer. Voor een groot deel zijn de ruimtes betimmerd met mooi vlammend PEFC-gecertificeerd araucotriplex (Chileens radiata pine-triplex). Dat kwam tegemoet aan de planopvatting van zowel Achten als Meijer: robuust, eerlijk, ruig, in lijn met het schuurachtige karakter. Door de grote oppervlakken blijft het beeld rustig. Dat begint al meteen bij de entree, waar de gangwanden en deuren ermee zijn bekleed; de laatste geven toegang tot het bedrijfsgedeelte van vergaderzaal en twee gastenverblijven links en tot de privévertrekken rechts. Ook de betonnen breedplaatvloer van de verdieping is hier en elders basic grijs in het zicht gehouden. De cementdekvloer ligt overal met een geelachtige PU-coating onder de voet. Brabants geel, een goudoker bekend van omringende boerderijen, is een andere vaste waarde die eenheid schept, in wandvlakken en het meubilair van tafels en stoelen.

Open en dicht
De vergaderzaal (voor 6-10, maximaal 14 personen) zit op het zuidoosten. De hoek bestaat grotendeels uit verdiepingshoge kozijnen. Achten heeft speciaal eiken vergadermeubilair laten ontwerpen. De twee bed and breakfast-vertrekken, gespiegeld ten opzichte elkaar, zijn voorzien van toilet, douche, koelkast, kluisje, wifi, maar voor de rust niet van tv. Op de andere (zuidwest)hoek bevindt zich de woonkeuken die door de enorme raampartijen haast een buitenruimte lijkt. Aan de gevels valt trouwens een andere Onix-onzekerheidsironie op: het verwisselen van open en dicht. De gevels zijn open kozijnen, de ramen (spuiluiken) en deuren zijn dicht. Een ander thema van Onix, het megameubel, keert terug in de trap en de daaraan vastgeklonken tweehoge boekenkast in araucotriplex; de boekenplanken fungeren als verspringende leuning. Meijer: 'Een trap kan vastzitten aan een meubel, zelf meubel worden of onderdeel zijn van een vloer.'

Jeugdig timmerwerk
Op de verdieping is over de volle lengte één wand betimmerd met Shodoshima, een andere blakervariant: dosse gezaagd douglas dat is gebrand, geborsteld, gebrand en geolied. Door de glans komt de levendige nerfstructuur sterk naar voren. De woonkamer en ouderslaapkamer op de respectieve koppen bestaan voor de vergezichten grotendeels uit iroko verticaalkozijnen. Achter de bank in de woonkamer zit een halfopen vide van iroko stijlwerk naar de keuken. De binnenaftimmering van het scharnierdak is in het zicht gelaten. Het Fins vurentriplex is onbedoeld gewhitet in plaats van gewhitewashed. De naden zijn subtiel aan het oog onttrokken door twee latjes naast elkaar. De jongenswereld in het midden is een feest van jeugdig timmerwerk. De zijwanden zijn uitgevoerd in araucotriplex, evenals de langswand waarachter rauwe bedsteden zijn getimmerd. Midden in de ruimte is een MDF-klim- en studiemeubel geplaatst als speel- en leerrots in Brabants goudoker.

Ruig esthetisch
Zo is ook dit lageprijsproject ter goede bestemming gekomen. Als vanouds is Onix erin geslaagd perfect met hout te detailleren. Meijer: 'Ik weet dat we daarom bekend staan. Maar voor ons is de tactiliteit van hout belangrijker dan de techniek.' En daarmee raken we aan weer een paradox van dit bureau: ruig esthetisch.

 

 Locatie:   Provincialeweg 1b, Vortum-Mullem 
 Opdrachtgever:  Familie Achten
 Ontwerp:  Onix NL Groningen
 Aannemer:  GE-Bouw Oirlo-Landhorst Venray
 Constructeur:  Bouw- en constructieadviesbureau Horst  Assen 
 Leverancier/montage Naoshima  Douglas/ Shodosima:   Zwarthout Laren
 Leverancier  araucotriplex:    Jongeneel Venlo
 Leverancier  dakelementen:   Linex Hulst
 Leverancier iroko  geveltimmerwerk:   Gerrits Machinaal Timmerwerk Groeningen
 Bebouwd oppervlak:   158 m2
 Bouwperiode:  Februari - november 2014
 Bouwkosten:  N.b.