Geert Groote College Amsterdam

Capelle aan den IJssel, 18 juni 2014 11:31 | Hans de Groot

Als een vriendelijk goliathinsect op v-vormige roodpoten staat de nieuwbouw van het Geert Groote College aan de Fred. Roeskestraat over Amsterdam-Zuid uit te kijken. In de houten gevelbekleding valt een repeterend patroon van kleine en grote zeshoeken op. Daarmee is een nieuwe decoratieve variant aan houten gevelbedekking toegevoegd.

De middelbare school is door de uitbreiding met 3.860 m2 bijna verdubbeld. Dat was ook broodnodig om een verwachte groei naar 850 leerlingen en honderd docenten plus overig personeel mogelijk te maken. De oude school, naar ontwerp van Anton van Es & Partners te Markelo, kwam in 1997 gereed, tezamen met de Geert Groote School voor basisonderwijs. Deze gebouwen zijn in baksteen. De rode kozijnen met witgebalkte accoladepet hebben een trapeziumvorm die aan de onderzijde voor de helft uitzakt. Breedwitte sierbalken geven de verdiepingen aan. Beide vrije scholen zien er gedateerd uit, wat ook niet verwonderlijk is bij een architectuur die aansluit bij de vroegtwintigste-eeuwse levensopvatting van de antroposofie.

Speelser en vrijer

De nieuwbouw borduurt hier nauwelijks op voort en oogt daardoor veel moderner. De hoogpotige jumbokever, waarin eveneens een trapezium te ontwaren valt, heeft een mooie, lichtgebruinde huid met kleine en grote zeskantige sproeten en heldere rechthoekige of vierkante insnijdingen (roodomrande kozijnen met diepe negges). In z'n platte kop zitten zes verschillend gefacetteerde ogen tussen dikke witte leden. Samen vormen ze allerlei meetkundige figuren: driehoeken, rechthoeken, vrije motieven. Je herkent er ook de breedwitte balken van de oudbouw in terug. Het borststuk is blankwit. Het is allemaal net wat speelser en vrijer; ook het rood is een stuk frisser. Het dier ligt rustig op de onderbouw van staal en glas. Zijn linkerpoten (als je er recht voor staat) staan buiten, zijn rechterpoten binnen het gebouw. Dat trekt het volume ironisch in asymmetrie.

Kosten sloper
Verantwoordelijk voor het ontwerp is SeARCH te Amsterdam. Dit bureau was positief verrast dat het de selectieprocedure won. Projectarchitect Marijn Mees: 'We zijn niet antroposofisch gericht, omdat die stroming nogal dogmatisch omgaat met vorm. Maar de school wilde een vernieuwingsslag naar het heden maken en zocht niet per se een architect uit eigen straat.' De opdracht luidde kortweg: een eigentijds gezicht en een verbetering van de ruimtelijke kwaliteiten. In één beweging moesten het tekort aan lokalen, de technische manco's en de logistieke problemen worden opgelost. Probleem was dat er voor het college een villaatje stond dat het ontwerpproces voortdurend frustreerde. De locatie was hoegenaamd krap, omdat het terrein waarop beide scholen staan, ook twee eigenaren heeft. Er zat niets anders op dan de nog niet afgeschreven sta-in-de-weg te slopen. De school was meteen om, de gemeente die bezitter van de hindernisvilla was, ging overstag op voorwaarde van kosten sloper. Dat geld ging wel af van de nieuwbouw.

Twee ingrepen
Vrijheid van handelen mag wat kosten, want zo konden onmiddellijk twee belangrijke ingrepen worden gepleegd om het complex recht te trekken, extern in het stratenlandschap, intern in de ruimteverdeling. De entree is prominent naar de straatkant gebracht. Aan de zijkant is een alternatieve entree voor mindervaliden. Het schoolplein, dat ervoor onder het ‘borst’overstek ligt, heeft een breedgetrapte beëindiging naar de straat, waardoor dalend gebouw en stijgende stad rustig vervloeien. In de plint zijn de technische voorzieningen opgenomen, op de eerste verdieping bevinden zich entree, kantine en keuken en het driehoge volume daarboven bevat de klaslokalen. De opperetage daarvan huisvest de lokalen voor tekenen, muziek en textiele werkvormen onder een sheddak met noorderlichtramen.

Buiten-binnen en open-dicht
Niettemin bleef het experimenteren. De uitbreiding moest hoog optorenen om aan te kunnen sluiten op de bestaande bouw. Er is over de oude gymzaal heen gebouwd. Verder is de aansluiting soepel geregeld door wandjes weg te halen en muren te doorbreken. 'Het gepuzzel was ook wel een spel met buiten-binnen en open-dicht,' vertelt de andere projectarchitect en tevens projectleider Tjerk Boom. 'De superlange pleintrap is een verlengstuk van de ingang en de kantine daarachter. De bakstenen plint is gesloten, de laag erboven is transparant in glas en staal, de drie houten verdiepingen daar weer boven zijn gesloten, met veel vensteropeningen.' Door de onderkant van het overstek kun je naar beneden op het plein kijken en rechtuit door de facetogen naar de omgeving.

Kritisch commentaar
Mees: 'Het is ons binnen gelukt mooie ruimtes te maken. We waren gefascineerd door de ruimtelijke variatie van de klaslokalen in de oudbouw met z'n verschillende kapvormen. Met een knipoog naar de schuine lijnen hebben we daar ontspannen op gereageerd.' Dat blijkt bijvoorbeeld op de creatieve verdieping aan een knikkende klaslokalenwand, als kritisch commentaar tevens op het schoenendooskarakter van de doorsnee school. Verder is het interieur redelijk simpel gehouden. Spectaculair is het trappenhuis in het overstek dat veelvlakkig torderend alle verdiepingen bestrijkt. Het is betimmerd met radiata pine-triplex dat brandvertragend is behandeld en afgewerkt met een kleurloze beits. Boom: 'Dat was een heel gezaag. De staalconstructie van de uitkraging zakte uiteindelijk minder dan was berekend: 2 in plaats van 7 cm.'

Geheimzinnige rohrschachtest
Zeer opmerkelijk is de kop van het gebouw. Eerst hadden de architecten er één raam in gezet. Dat zag er nogal doods uit. Al fantaserend en tekenend ontdekten ze dat in dat gigantische vlak precies het profiel van drie rijtjeswoningen past. Ook wilden ze iets van de staalconstructie erachter laten zien. Door van elk enkele lijnen op de gevel over te nemen is een geheimzinnige rohrschachtest ontstaan, waarin ieder naar eigen verbeeldingskracht kan wegdromen.

Speelse bouwgrapjes
'We hebben lang gezocht naar de constructiewijze,' vertelt Boom. 'Uiteindelijk bleek een staalconstructie op dito v-poten het lichtst en minst duur.' In de lengte overspant de uitbreiding 16 m, inclusief uitkraging van 6 m. Het geraamte wordt uitgemaakt door enkele enorme vakwerken. Die zijn aan de gevels ingevuld met houtskeletbouwwanden. De binnenwanden zijn in metal stud, voorzien van harde oftewel scholierbestendige platen. Kanaalplaatvloeren vormen de verdiepingen zijn, het sheddak bestaat uit staalplaten. Door ruimtegebrek staat de ene rij v-poten naast, de andere rij in het gebouw. Mees: 'Aan de ene kant kregen we er van de gemeente 1,5 m bij, zodat ze althans daar buiten het gebouw konden worden geplaatst. Zo zitten er allerlei speelse bouwgrapjes in de nieuwbouw, passend ook bij de filosofie van de school: ontdekken in plaats van een opgelegd protocol volgen.'

Verschillende patronen
Dezelfde luciditeit geldt evenzeer voor de verticale open gevelbekleding, waarin behalve ornamentiek een onderliggend lijnenspel van verschillende patronen verborgen gaat. Over de gevel zijn studies van uitgesproken contrast of bescheiden subtiliteit gemaakt. Als noviteit is voorts naar ingefreesde patronen gekeken toen eenmaal de keus op hout was gevallen: wat is mooi, wat is technisch mogelijk, wat kost het? Uit gewichtsbesparing viel metselwerk namelijk af. Harde materialen vond niemand interessant, maar de school wilde wel met een natuurlijk materiaal te gevel. Boom: 'Wij komen dan onvermijdelijk bij Leegwater Houtbereiding uit. Ook deze keer hebben ze weer voortreffelijk geadviseerd, meegedacht en geëxperimenteerd.' Daarbij ging het om zaken als houtsoort, open gevelsysteem, behandeling, patroonkeuze en montage. Een hele morgen hebben de architecten bij het bedrijf zitten puzzelen en overleggen om tot het maximale resultaat te komen.

Aparte roodverschuiving
Directeur Dennis Leegwater is eveneens zeer te spreken over de samenwerking. Als houtsoort raadde hij Duits douglas aan (25 x 135 mm; tussennaden van 20 mm). Mooi getekend en licht van kleur blijft het genageld strak op de gevel zitten. 'Voor de stabiliteit van de gevel heb ik geadviseerd de delen minder breed en wat dikker te maken. Verder stelde ik voor het vuren achterhout dubbel uit te voeren voor een optimale ventilatie.' Achter- en gevelhout zijn tweemaal rondom met drie middelen behandeld: het verduurzamingsmiddel Woodlife HL-50 (Duits douglas is van duurzaamheidsklasse 3-4), de brandvertrager Flame Delay PT en Colorseen TimberStain HT, respectievelijk Ebony Black en transparant. Als dampdichte, waterwerende folie dient Morgo Fassawall in de kleur rood, welke tint ook de beleving van andere delen van oud- en nieuwbouw aanstuurt. Bij passeren treedt een aparte roodverschuiving op.

Unicum voor Nederland
Dé meesterproef waren echter de patronen. Leegwater: 'Uitentreuren hebben we onderzocht welk patroon het beste paste bij de fabricage en de montage. Dit hadden noch wij, noch de architecten eerder bij de hand gehad.' Resultanten waren een kleine en grote zeskant die in halven in de zijkanten van de delen zijn gefreesd. Hiervoor volstonden na enig gereken vier plankmodellen: A t/m D, waarbij A en D elkaars gespiegelden zijn. Bij de montage ging het erom dat de halven exacte gehelen zouden vormen en dat er geen achterhout achter de gaten zichtbaar zou zijn. Doordat enthousiasme en zorgvuldigheid het van de hoofdbrekens wonnen, is een steeds variërend gevelaanzicht ontstaan dat met recht een unicum voor Nederland kan worden genoemd.

 Locatie:  Fred. Roeskestraat 84, Amsterdam
 Opdrachtgever:
 Stichting voor Voortgezet Vrijeschoolonderwijs Noord-Holland
 Gebruiker:  Geert Groote College Amsterdam
 Architect:  SeARCH Amsterdam
 Aannemer:  Lokhorst Bouw en Ontwikkeling Beverwijk
 Constructeur:
 Pieters Bouwtechniek Utrecht
 Houtsoorten:
 Duits douglas (gevelbekleding), radiata pine-triplex
 Houtleveranciers:  Gevelbekleding: Leegwater Houtbereiding Heerhugowaard; 
   Radiata pine-triplex: Martens Interieurbouw Voorthuizen
 Jaar:   2014
 Bouwkosten:  € 4,5 miljoen