Spilcentrum 't Hofke

Eindhoven, 8 oktober 2014 14:56 |

UArchitects heeft bij dit stralendwitte schoolgebouw 45 m3 Plato Fraké ingezet, in patronen die de schoonheid van de omringende natuur weerkaatsen. Dat leverde een nominatie op voor twee internationale houtarchitectuurprijzen, van de AHEC (American Hardwood Export Council) en het World Architecture Festival (WAF) 2014.

door Hilde de Haan

Palmbomen groeien tegen de verdrukking in, zegt men wel. Leg er stenen op, hang er gewichten in: des te sierlijker groeien ze. Spilcentrum ’t Hofke in Eindhoven bewijst dat zo’n wetmatigheid soms ook geldt voor architectuur. Dit project vroeg om een lange adem. In 2005 haalden Misak Terzibasiyan en Emile van Vugt van UArchitects de opdracht binnen, en wel vanwege hun voorstel het bestaande schoolgebouw te sparen en uit te breiden. Hoe enthousiast de opdrachtgever en buurtbewoners ook waren, weerstand bleek er eveneens te zijn.

Eeuwenoude beuken
Die kwam uit onverdachte hoek: de oude school stond op de rand van een historisch groendomein, ooit behorend bij het laat-middeleeuwse kasteel Het Hoffken van Tongelre. Oprukkende bebouwing had daar al vaak terrein van afgeknabbeld en juist ten tijde van het ontwerp liep er een reddingsactie. Speerpunt waren precies de bomen rond het oude schoolgebouw, vooral een laan met eeuwenoude beuken (circa 250 jaar oud). Die maakten het uitverkoren ontwerp nu onmogelijk. Het hele plan ging van de baan. Maar beide architecten namen welgemoed de handschoen op. Ze maakten een heel nieuw ontwerp (2009), waarbij de oude school alsnog werd gesloopt maar de bomen bleven staan. Het resultaat is een sprankelend nieuw gebouw waarvoor de schoonheid van die woudreuzen als leidraad gold.

Opzet
De gesloopte school liet wel sporen na. Die stamde uit 1958, een laat ontwerp van de gerenommeerde Eindhovense architect Martinus van Beek, befaamd om zijn zorgvuldige materiaalgebruik. Zijn Mariaschool was geliefd bij buurtbewoners onder de koosnaam Witte School. Twee stevige bakstenen hoekpartijen omklemden een inspringend, glasrijk middendeel: de entree. Charmant was ook de ligging, schuin op de Koudenhovenseweg, als achtergrond van een lommerrijk schoolplein. UArchitects heeft al die kenmerken van de Witte School in hun eigen nieuwbouw opgepakt.
Op de plaats van de oudbouw staat nu een groot langwerpig blok, met in het hart een wijkende glasgevel met voordeur. De gevel is wederom van wit geschilderde baksteen en heeft, net als toen, een zwarte plint. Verder kreeg ook het nieuwe pand een duidelijke bekroning. Waar de oude school tentdaken (hoekpartijen) en een zadeldak (midden) had, heeft de nieuwbouw een lange horizontale band die de bovenste laag markeert. Het hart daarvan is een open bandvenster van wel 20 m breed. Erachter ligt een dakterras.

Alvar Aalto
Terzibasiyan en Van Vugt hebben net als Van Beek uitzonderlijk grote aandacht voor bouwmaterialen. Met één verschil: ze schromen niet ‘gewone’ materialen eigenzinnig toe te passen. Terzibasiyan (Armeese vader, Finse moeder) noemt als een van zijn idolen de Finse architect Alvar Aalto: ‘Een geweldig architect, nooit bezig met iconen bouwen maar met ruimten scheppen, fijne gebouwen maken, waarbij hij gewone materialen vaak experimenteel heeft toegepast.’ Dat hebben ze hier ook zelf gedaan, wat vooral blijkt uit de textuur van ‘t Hofke. Hiervoor gold niet de oude school, maar het nabije groendomein als inspiratiebron. De oude bomen daar hebben een ruige schors en rieten matten die ze tegen uitdroging beschermen. De rijke detaillering daarvan kreeg weerklank in de buitenmuren.

Titanenklus
De architecten kozen voor een handvormsteen met nerfstructuur (geschikt voor schilderen) in standaardmaat (210 x 100 x 50 mm), die echter verticaal moest worden verwerkt. Dat was een titanenklus voor de metselaars, die de stenen op hun kortste kant in halfsteensverband op elkaar moesten zetten, met een diepliggende lintvoeg van 2 cm breed, en bij een afgestreken stootvoeg. Het effect blijkt alle moeite waard: de witgeverfde gevel heeft nu een sierlijk verticaal ribbeltjespatroon dat zowel aan riet als schors doet denken. Drie rijen verticale ramen, in wisselende breedtematen, versterken de natuurlijke uitstraling nog. En op sommige plaatsen is de muur overhoeks voortgezet in het interieur: dan is het boomvormig logo van steenfabrikant Wienenberger in de brede kant van de stenen te zien.

Poëtische vertaling
‘Het mooie van schors en riet,’ leggen Terzibasiyan en Van Vugt ter locatie uit, ‘is de subtiele en onbegrensde vormvariatie.’ Zij zochten ook verder voor hun architectuur naar een poëtische vertaling daarvan. Zo kwamen ze uit op het FSC-/PEFC-gecertificeerde houtproduct Plato Fraké. Basis is een snelgroeiende West-Afrikaanse loofhoutsoort die bijzonder goed reageert op het Nederlands procedé van platoniseren (koken + drogen + bakken). Aldus ontstaat foutloos hout, zonder knoesten of harszakken, met een mooie tekening van vlam en zwarte strepen. Het is zeer vormvast en onderhoudsvrij. Het was het ideale materiaal om heel ’t Hofke de gewenste differentiatie te geven.

Contrasterend
In de voorgevel gebeurt dat bescheiden, hier domineert de ranke verticale baksteen en is het hout vooral contrasterend ingezet. Zo heeft het merendeel van de ramen één dagkant van schuin geplaatst Platohout, en siert het beide zijranden van het open bandvenster. Die beide uiteinden zijn dichtgezet, met houten schermen waar het licht doorheen straalt. Slechts op één plaats, rond de ingangsnis, vormt het Plato Fraké wel hele wanden. Zowel zijmuren en plafond zijn hiermee geheel bekleed, en dat zet zich binnen voort. En op beide zijgevels is wel meer hout. Hier wisselen gevelvlakken van Plato Fraké de stenen muurdelen af. Deels verbergt dat zo de brandtrap, deels is het puur versiering die de dichte muur tot plaatje maakt.

Uiteenlopende patronen
Bijzonder is vooral hoe dit Platohout steeds is verwerkt. De architecten bedachten een eigen associatie op de natuurlijke variëteit. Ze ontwikkelden formules om met hout van verschillende breedtematen (35/50/90/140 x 18 mm) steeds wisselende patronen te vormen. Zelfs de kieren tussen het hout variëren in breedte (5, 10, 15, 20, 25, 30 mm). Op verschillende plaatsen vertoont het hout zo uiteenlopende patronen. Daarachter gaat een gedachte schuil: het houtpatroon verdicht naarmate de afstand tot het groendomein verkleint. Het hout aan de voorzijde van de school laat veelal een patroon met vier tot vijf wat bredere stroken zien. Aan de achtergevel, en in de tuinmuren en schuren aldaar, zijn kleinere breedtes toegepast.

Hele kunst
Het verwerken van al dat hout was een hele kunst. Douwe Sanders van Bouwcenter Veghel herinnert het zich als de dag van gisteren. Alle maten en patronen waren door de architecten vastgelegd en uitgetekend. Het vroeg van de timmerlui uiterste nauwkeurigheid. In totaal werd 45 m3 Platohout verwerkt, met ruim vijftien verschillende kopmaten en wisselende lengtematen. Sanders: 'Dat vonden we geen bezwaar, maar een uitdaging was het wel.' Wat het werk vergemakkelijkte, was dat al het hout precies eender was behandeld, ook in brandwerendheid (klasse B). Volgens het Bouwbesluit was dat niet nodig, maar de architecten wilden kleurverschillen uitsluiten. Dennis Leegwater, directeur Leegwater Houtbereiding Heerhugowaard, vertelt hoe dat is gedaan. Eerst werd al het Plato Fraké geïmpregneerd met brandvertragend Flame Delay PT (volgens door KOMO geaccrediteerd procedé onder vacuüm en druk). Vervolgens is het tweemaal rondom behandeld met okerkleurig Sansin Envirostain SDF. Het hout heeft hierdoor een zeer stabiele okerachtige tint.

Vides
Binnen opent het rechthoekige bouwvolume zich als een zeer afwisselende wereld. Allereerst ruimtelijk: het hele blok is doorspoeld met vides die overal de totale gebouwhoogte voelbaar maken en het daglicht rijkelijk binnenlaten. Bovendien is hier overal volop hout aanwezig, nu in contrast met veelal witgestuukte muren. De ontvangst is warm, in een brede hal die een echo van de oude school vormt, maar ditmaal grotendeels is bekleed met hout. Hier is als vroeger meteen een superbrede trap waarlangs hele schoolklassen sprinten. De treden en leuningen zijn van transparant geschilderd bangkirai, maar vooral het Plato Fraké is hier prominent. De borstwering van de trap is ervan; het zet zich soepel voort over het plafond en langs enkele muren. De overgangen zijn volkomen foutloos, welke knik het betreffende patroon ook maakt, bijvoorbeeld van borstwering naar wand of van wand naar plafond.

Subtiele handreiking
Steeds is het Plato Fraké vergelijkbaar toegepast: in wisselende breedtes en allerhande variaties. Toch zijn de verrassingen talrijk. Soms zijn er muurvlakken waarin het patroon haast ononderbroken een hele deur blijkt te omspannen. Elders vormt het piepkleine stukjes, een half muurtje of een leuning, waaraan het ritmisch dan net wat extra levendigheid geeft. En soms verwacht je een houten borstwering, maar staat er ineens een draadstalen exemplaar, voor nog meer verscheidenheid. Hier begrijp je pas waarom de meeste ramen aan één kant die scheve dagkant hebben, in een Plato Fraké-patroontje. Dat blijkt een subtiele handreiking die het uitzicht enigszins stuurt. Buiten leek dat een willekeurig gebaar. Binnen werkt het als vanzelfsprekend. De schuine dagkant wijst richting domein, dus naar die mooie oude bomen waaraan deze hele architectuur een ode is.

CO2-voetafdruk
In het project is onder andere 45 m3 Japans ceder gebruikt. Dat betekent een CO2-vastlegging van 34.855 kg. Dit compenseert de uitlaatgassen van een middenklassenauto over 232.360 km, of het jaarlijkse elektragebruik van 38 huishoudens.  
 Locatie:
 Koudenhovenseweg Zuid 202, Eindhoven
 Opdrachtgever:  SKPO (Stichting voor Katholiek en Protestants-Christelijk Onderwijs) Eindhoven
 Architect:  UArchitects Eindhoven; Misak Terzibasiyan en Emile van Vugt
 Aannemer:
 Nieuwenhuizen Daandels Bouw Uden
 Constructeur:  Van de Laar Eindhoven
 Leverancier Plato Fraké:
 Bouwcenter Veghel
 Behandeling: 
 Leegwater Houtbereiding Heerhugowaard
 Jaar:  2013
 Bouwkosten:  ± € 4.100.000,- (incl. installaties, excl. btw)