Van Eesteren Paviljoen: Modernisme 2.0

Amsterdam, 12 februari 2018 09:23 | Hans de Groot

Zonder geld bouwt niemand wel. Tenzij vereende krachten zich vermeerderen, gaat deze wijsheid maar al te vaak in stroefheid op. In een volharding van vijf jaar zette een groep vrijwilligers de spades in het zand om het gedachtegoed van tuinsteden niet alleen te behouden, maar ook blijvend uit te dragen. En zie, visioen werd paviljoen.

Circa 213 mensen hebben zich ingezet om dit hartenlief te verwezenlijken, onder wie een brede sloot vrijwilligers. Gelukkig kwam metterbouw financiële steun van het Stimuleringsfonds voor de Volkshuisvesting, Gemeente Amsterdam/stadsdeel Nieuw-West, woningcorporatie Stadgenoot, BDP Cultuurfonds, particuliere sponsoren en Voor Je Buurt-crowdfunding. Aller aandacht ging terug op 1934, toen stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988) het Algemeen Uitbreidingsplan (AUB) voor Amsterdam opstelde. Dat vond pas na de Tweede Wereldoorlog uitvoering en in 1965 voltooiing in de Westelijke Tuinsteden Slotermeer (start 1951), Geuzenveld (1953), Slotervaart (1954), Overtoomse Veld (1955) en Osdorp (1957).

Licht, lucht, ruimte

Ook enkele andere tuinsteden vloeiden uit Van Eesterens tekenpen: Bos en Lommer (1936-1952), Watergraafsmeer (1950-1954), Buitenveldert (1958-1965), Bijlmermeer (1968-1969) en Amsterdam-Noord (1958-1975). Tijdens zijn ontwikkelingsgang als stedenbouwkundige kwam hij volop in aanraking met de internationale avant-garde. De diverse kunsten vormden toen raakvlakken in het Nieuwe Bouwen (functionalisme), De Stijl en Bauhaus. Hoewel in het begin nog beïnvloed door Berlage, werd hij alras op en top modernist door contacten met onder andere Leendert van der Vlugt (Van Nelle-fabriek), Willem Hendrik Gispen, Hans Richter, László Moholy-Nagy, Hans Arp, Kurt Schwitters, Walter Gropius, Adolf Loos, El Lissitzky, Theo van Doesburg, Gerrit Rietveld en Piet Mondriaan. Van Eesteren propageerde de functionele stad volgens de objectiverende parameters wonen, werken, verkeer en recreëren of, ongrijpbaarder, licht, lucht, ruimte.

Sociale architectuur
Kenmerkend voor het functionalisme is de rationale inslag. Schoonheid is zeker geen uitgangspunt als wel sociale architectuur met een tijdloos karakter. De spaarzame esthetiek ligt in de strakke vormen met een enkele ronding, het gebruik van de moderne materialen glas, staal, beton en het geserreerde kleurgebruik. Oftewel transparantie en balans op alle vlak. Van Eesteren wees gesloten bouwblokken, inclusief ornamentaliteit, af en prefereerde in zijn AUB strokenbouw asymmetrisch in het groen, omzoomd door speelse watervormen en rechte straten met scheiding van doorgangs- en buurtverkeer. Hoogbouw her en der bezwoer eenvormigheid. De onafhankelijkheid van Amsterdam-Centrum werd veiliggesteld met voorzieningen als scholen, kerken en winkels. Een evaluatie van nu bewijst dat de sterke functiescheidingen en de vele verdrinkingen in het groen het karakter van de stad(swijk) als organisme hebben aangetast.

Cultuurhuis De Kamers

Omdat de tuinsteden het beeld van Amsterdam de afgelopen zestig jaar mede hebben bepaald, ook positief, is sinds enkele jaren het Van Eesteren Museum existent: Buitenmuseum Slotermeer (2007), een informatie- en documentatiecentrum (2010) en een museumwoning (2012). Al vanaf 2012 was er behoefte aan een beter gebouw voor exposities, workshops, debat, en als startpunt van excursies door de openluchtrijkdom. Korteknie Stuhlmacher Architecten uit Rotterdam viel het ontwerp te beurt. Dat was, vertelt Mechthild Stuhlmacher, een direct gevolg van Cultuurhuis De Kamers in Amersfoort (2007), bekroond met de Houtarchitectuurprijs 2008 (zie Het Houtblad nummer 7/2007). Noud de Vreeze, voorzitter van het Van Eesteren Museum, kende het project uit zijn tijd als stadsbouwmeester van Amersfoort. 'Hij zei dat als de kans zich voordeed voor een dergelijk gebouw, wij het ontwerp mochten maken.'

Café Oostoever

De uiteindelijke locatiebepaling gebeurde zorgvuldig waarbij verschillende kenners van het gebied om advies werd gevraagd. In de lopende renovatie van de hele buurt naar deze tijd vond een conferentie van stadsdeel en woningbouwcorporaties plaats om tevens de oevers van de Sloterplas aan te pakken. Daar moest ook ergens het museumpaviljoen neerdalen. Aan de oostoever was in 1961 al een heel strak Café Oostoever gerealiseerd, waarin glas en de kleur wit de boventoon voeren. En een prachtig grootstippenterras ligt er verdiept aan vast. Daar ongeveer was het Van Eesteren Paviljoen gedacht. 'Dat was eigenlijk een veel te zichtbare en monumentale locatie. Het hele project ging vervolgens twee jaar in de week. Op verzoek van Noud hadden we al een schets gemaakt. Die was deels gebaseerd op De Kamers en deels, vanwege het lage budget, op onze Villa Escamp in Den Haag, een combinatie van houtbouw en kassenbouw.'

Parkachtig aanzijn
Toen wezen de deskundigen op een andere, in eerste instantie minder zichtbare locatie: Bastion West, in de volksmond het Meidoornbosje geheten, aan de andere kant op de noordoever. Een oude foto laat zien dat langs de Sloterplas een kale promenade liep van oost- naar noordoever. De afgelopen zestig jaar heeft de natuur, die bestemmingsplannen altijd groen trekt, er een parkachtig aanzijn aan gegeven met bomen, onkruiderijen en een stekelwoekering van meidoorngestruik. Zelfs het stadsdeel had steeds in dit misleidende natura architecturae domina geloofd en bouwen er nooit toegestaan, tot bleek dat Van Eesteren op de AUB-tekeningen er een soort vierkantje had gezet. Het tij van tegenwerpingen was voorbij.

Ruimtelijke expressie
Doordat moest worden gebouwd met sprokkelgoud, was het een moeizaam proces. De architect zat er bovenop om te voorkomen dat er behalve vet ook vlees werd weggesneden. Kwaliteit stond voorop. 'Door te kiezen voor prefabricage is de uiteindelijke kwaliteit hoog, ook al werd de aannemer zonder bestek aangesteld.' Volgens Stuhlmacher, oorspronkelijk Duitse, kan men samen met de import van prefab houtelementen ook een deel van de houtbouwtraditie van de Duitstalige landen mee importeren. 'Als je met de beperkte middelen die we hadden, de ruimtelijke expressie wilt bereiken die ons voor ogen stond, krijg je dat niet op conventionele manier voor elkaar.' Een ingewortelde of ontwikkelde materiaalgevoeligheid is noodzakelijk. In het plafond is daarom hoogesthetisch Lignotrend met een zilverdennen toplaag toegepast. 'De elementen zijn duurder dan een systeemplafond, maar ze vormen de architectonische drager van de hele ruimte, isolerend, scheidend, constructief én akoestisch. Dat maakt de toepassing uiteindelijk niet alleen esthetisch, maar ook financieel zinvol.'

Bedrieglijke suggestie

Het buitenverblijf staat er tussen de bomen van het beschermde stadsgezicht Slotermeer bescheiden bij. Ook de schutkleur antraciet van de gebeitste Noord-Amerikaans grenen gevels (FSC-gecertificeerd CapeCod) en de eenvoudige vorm dragen daaraan bij. De ode aan Van Eesteren is een stapeling van twee langwerpige dozen: een grote die op de koppen uitkraagt en een kleine bovenop in het midden. De raampartijen aan de langszijden zijn geaccentueerd met gelamineerd lariks omkastingen. De bedrieglijke suggestie dat het gebouw twee verdiepingen telt, logenstraft het interieur: het is één verdieping met riant hoge ruimtes. Volgens Stuhlmacher moest het paviljoen ook een krachtig beeldmerk zijn.

Ingehouden dynamiek
Naderend vanaf de jachthaven vormt het gebouw samen met een lage bakstenen kademuur en enkele terrassen erlangs zelfs een luie trap; zie openingsfoto. Het antracietkleurige uiterlijk is tevens gekozen om te contrasteren met de witheid van Café Oostoever; bovendien is er de tegensteling parkachtig-maritiem. De naam Van Eesteren Paviljoen gaat in witte letters twee keer grafisch de hoeken om en geeft ingehouden molenwiekdynamiek. De verticale open gevelbekleding (178 x 18 mm; de delen van het smalle middenstuk variëren met 86 x 18 mm) tilt de horizontale ordening flauwtjes op. De gevels zijn vooral met glas ingevuld, wat de verticaliteit weer relativeert. De buitenruimte wordt in samenwerking met gemeente en Stedelijk Museum nog omgevormd tot beeldentuin met kunstwerken uit 1947-1966.

Sverre Fehn

Bij het ontwerp keek het architectenbureau naar modernistische, vooral Scandinavische voorbeelden uit de periode van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Met name de Noorse architect Sverre Fehn (1924-2009) had alle aandacht. Voor zijn kleine, delicate oeuvre ontving hij in 1997 de Pritzker Prize. Zijn Noords paviljoen voor de Biënnale 1962 in Venetië is een schitterend stelsel van overgedimensioneerde betonnen balken en twee lagen smalle vinliggers met opvallend korte hart-op-hartafstanden. Tussen het stijve weefwerk groeien drie bomen hemelwaarts. 'Het is één lofzang op de leesbare tektoniek van stapelen en dragen. Ik word daar heel blij van.' Een vergelijkbaar, wat doosachtiger exemplaar in hoogbalkig hout ontwierp hij eerder voor de Wereldexpo 1958 in Brussel. Beide bouwjuwelen zijn tijdloos en zouden zo nu kunnen zijn gebouwd.

Modernistisch design

Veel bewoners en bezoekers van de Westelijke Tuinsteden, zo vindt Stuhlmacher, zijn nog niet zo ver dat ze het modernisme ook als huiselijk, mooi of zelfs monumentwaardig ervaren. Een paviljoen ter ere van het modernisme moest daarom een brug slaan tussen toen en nu, om begrip en waardering te kweken voor deze kunststroming. 'Het viel ons op dat in Noord-Europa de breuk met vroeger veel minder bestaat dan hier, zeker in het interieur. Het modernistisch design van daar is ook nu nog onverminderd populair, ook in Nederland. Dat ligt niet aan de vormentaal, maar aan de materiaal- en kleurkeuze. Neem bijvoorbeeld interieurs, meubels of lampen van Jacobsen of Aalto. Die ervaren velen als warm, elegant en huiselijk. Ze zijn tijdloos, modernistisch en nog steeds erg geliefd.' In Nederland ging het bij het modernisme vooral om efficiëntie en productie en veel minder om zintuiglijke kwaliteiten, waardoor velen het modernisme kil vinden. Om te laten zien dat het ook warm en huiselijk kan zijn, ontwierp het architectenbureau een tactiele ruimte met tactiele materialen, in een zuiver modernistische vormentaal.

Verrassend contrast

Er is een enorm verschil tussen buiten en binnen. Het paviljoen toont vanbuiten klein, bescheiden, eenvoudig, laag, donker en koel, vanbinnen daarentegen is het groot, uitbundig, rijk, hoog, licht en warm. Alleen al dit verrassende contrast geeft aan dat we hier te maken hebben met een intelligente 21ste-eeuwse interpretatie van licht, lucht en ruimte. Inderdaad is ook dit een stapeling, van gelamineerd vuren kolommen en liggers in verschillende breedtes en hoogtes, rondom en rondhoog ingevuld met glas. Constructie is gebouw. De brede kolommen en liggers zijn ook te zien als een stelsel van rudimentaire langs- en dwarswanden. Zo wordt het interieur één grote ruimte en tegelijk een compartimentering van kleinere kamers, wat je al naar de diverse gezichtspunten als abstract ruimtelijker of concreet robuuster ervaart.

Zesdimensionale verkwikking

Bij alle bezuinigingen waakte Stuhlmacher ervoor dat aan het hout werd getornd. Voor de liggerhoogte was een kwart al voldoende draagkracht geweest. Dan was het paviljoen echter één grote ielheidsontgoocheling geworden. Maar nu, door het vele (dubbel)glas op 'de begane grond' en 'de verdieping' speelt het licht van alle kanten door de gevlakte ruimte(s) heen, voluit, getemperd, gebundeld. 'Geen mooier licht dan waar het oppervlakken raakt of bestrijkt.' Juist ook dit licht is essentieel: het maakt het Van Eesteren Paviljoen tot een vierdimensionale verwondering en tot een zesdimensionale verkwikking van zintuig en ziel.

CO2-voetafdruk
In het project is onder andere 83,36 m3 hout toegepast (48,36 m3 vuren/zilverdennen (Lignotrend), 26 m3 gelamineerd vuren, 5 m3 gelamineerd lariks, 4 m3 Noord-Amerikaans grenen). Dit betekent een CO2-vastlegging van 53.751 kg. De Europese bossen slaan deze hoeveelheid op in 3 seconden. Het compenseert de uitlaatgassen van een middenklassenauto over 451.689 km of het jaarlijks elektragebruik van 59 huishoudens.

 

 Locatie:   Noordzijde 31, Amsterdam (vaneesterenmuseum.nl)
 Opdrachtgever:   Stadsdeel Nieuw-West Amsterdam
 Ontwerp:   Korteknie Stuhlmacher Rotterdam 
 Aannemer:   KBK Bouwgroep Volendam
 Constructeur:  H4D Raadgevende Ingenieurs Dongen; Jaap Dijks 
 Installaties:   Adviesbureau Van der Weele Groningen 
 Gelamineerd vuren/lariks:   Heko Spanten Ede 
 CapeCod-gevelbekleding
 (Noord-Amerikaans grenen)
 Plastica Plaat Waalwijk 
 Akoestische Lignotrend-plafonds:   Lignotrend Weilheim-Bannholz 
 Meranti kozijnen, mahonie deuren:   Timmerfabriek Volendam
 Bruto vloeroppervlak:   339 m2 
 Bouwperiode:  27 januari - 22 juli 2017 (Opening: 20 oktober 2017)
 Bouwkosten:  ± € 700.000,- (excl. btw)