Woonzorgcomplex FagelCats Amsterdam

Capelle aan den IJssel, 15 december 2014 11:27 | Hans de Groot

Het beste resultaat komt meestal voort uit de grootste weerstand. Wel is volharding nodig om een project ongeschonden over de eindstreep te trekken. Architecten hebben eigenlijk hun hele carrière met dit soort processen te maken. En als je het eindresultaat ziet, dan is zelden nog te ontwarren wat voor verwoede gevechten ervoor zijn geleverd.

De exercitie FagelCats nam elf jaar in beslag. Woningbouwvereniging Ymere bezat een groter en een kleiner blok in de gevelwand van respectievelijk de Fagelstraat (44-54) en de Jacob Catskade (35-37), elk aan één lange zijde van hetzelfde bouwblok, gescheiden door een binnenterrein. We schrijven 2003. Architect Liesbeth Janson kreeg de opdracht een haalbaarheidsonderzoek te verrichten naar wat mogelijk was met deze vervallen blokken.

Puddingstraten
De straten zijn onderdeel van de Staatsliedenbuurt in Amsterdam-West. De Jacob Catskade ligt aan de Kattensloot, die de verbinding vormt tussen Singelgracht en Kostverlorengracht. In de 19e eeuw is deze buurt bebouwd met haastige-spoedblokken, in een malafide een-tweetje tussen speculanten en, jawel, banken. Fouten blijven nooit zonder gevolgen, die werken door tot in verre geslachten. Dus ook nu houden we met ons allen het hart vast of deze puddingstraten in goedkope revolutiebouw niet als ijswanden op de noordpool plotseling in elkaar zakken, zo zwak zijn de grondvesten en wat er bovenbeverig aan tocht-en-vochthuizen tegen elkaar aan scheurt. Amsterdam, die grote stad, die is gebouwd op kwalen. Sloop oftewel opnieuw beginnen bleek ook hier ten slotte de boer met kiespijn. Dat was 2006. Maar dan krijg je onmiddellijk de buurtbewoners op je dak, die liefst alles bij het oude houden, tegen beter wonen in. Het straatbeeld mag niet aangetast, en voor bewijzen van onmogelijkheid zijn ze Oost-Indisch doof. Dit en een grote wisseling van projectleiders bij de opdrachtgever, de intredende crisis en allerlei bezuinigingsrondes zorgden ervoor dat de bouw pas in 2013 een trage aanvang nam.

Glimlachende berusting
De sloop had echter net vóór de crisis in 2008 plaatsgevonden en alles was gelukkig al verhuurd, dus men kon ook niet meer terug. Architect Janson vertelt er met glimlachende berusting over. 'Het was één groot krachtenspel van mensen en partijen, waarin je staande moest zien te blijven: opdrachtgever, stadsdeel, welstand, brandweer, buurt. Voordeel van die lange voorbereidingsjaren was wel dat ik meer tijd had mijn ontwerp te doordenken en verbeteringen aan te brengen.' De plannen zelf veranderden bovendien steeds, van woningbouw naar woonzorgbouw. Het moesten seniorenwoningen voor buurtbewoners worden, en op enig moment zelfs inclusief appartementen voor demente buren, wat steeds weer nieuwe indelingen vereiste. Maar ook werd ze teruggefloten, toen haar gevelbeelden er, meende men, te modern uitzagen.

19e-eeuwse beeld
Gewoonlijk zet een architect met een gevel zijn of haar handtekening, maar Janson dacht ook zeker aan de bewoners. Ze wilde hun bijvoorbeeld grote ramen geven met Franse balkons. Maar de gevels moesten, ook in de 21ste eeuw, blijven voldoen aan het overjarige 19e-eeuwse beeld. 'Nu hebben de bewoners bijvoorbeeld allemaal ramen die ze niet zelf kunnen zemen. Aan de Catskade zitten de borstweringen laag, zodat daar verplicht valramen zijn toegepast. En achter de drie gevels daar gaan geen drie maar twee woningen schuil, best wel onhandig.' Dat dwangmatig vasthouden aan het oude betekende een hoop extra gepuzzel. 'Ik vraag me af of het oude het nieuwe zo in de weg mag zitten.'

Verkeerde been
Niettemin moet gezegd dat de architect met de nieuwe gevels een grote prestatie heeft geleverd. Ze zien er rustig neutraal uit, waardoor ze naadloos in het straatbeeld passen: rode baksteen met mooi verdiepte witte kozijnen en grijsverzonken regenpijpen. De drie houten kapjes aan de Catskade, half verrot, maar geliefd, zijn weer teruggebracht met drie topgeveltjes. De strakheid van de kozijnordening en van de met zink beklede dakkapellen verraadt de moderne tijd. Gelukkig is Janson niet vervallen tot verwerpelijk retro met een overdrijving van banden, rollagen en andere ontsierselen in lichtgrijs hardsteen en wit speksteen. Immers, wie van het verleden een nieuw heden maakt, zet beide op het verkeerde been. Bij de bouw zijn de heipalen de grond ingedraaid: door de zware trillingen van het heien was de kans aanwezig dat de buurwoningen ineen zouden zijgen.

Ongemakkelijk
Aan de Catskade zijn tien, aan de Fagelstraat twaalf gelijkvloerse appartementen voor senioren gerealiseerd (2.600 m2), levensloopbestendig, drempelloos, toegankelijk met rolstoel, rollator en lift. Het is een programma van 50% sociale huur- en 50% vrije sectorhuurwoningen. In de Fagelstraat is tevens voorzien in vier groepswoningen voor demente senioren die 24 uur per dag zorg en begeleiding behoeven (1.600 m2). In elk groepsappartement - op iedere verdieping één - huizen zes bewoners. Op de begane grond zijn ontvangstruimtes, kantoor en therapielokaal. Alle 24 beschikken over een eigen zit-/slaapkamer (± 20 m2) en delen per tweeën een badruimte met toilet. Dat lijkt ongemakkelijk, maar is dat niet: bij de handelingen hier hebben ze namelijk hulp nodig. Bovendien konden daardoor de eigen privévertrekken groter worden. Verder hebben ze een zitkamer/eetkeuken met uitloop naar terras of balkon gemeenschappelijk.

Negen plattegronden
De overige 22 appartementen hebben alle twee slaapkamers en een terras of balkon aan de binnentuin. Het totale woonoppervlak is met rond 82 en 96 m2 (Fagelstraat respectievelijk Catskade) bijzonder ruim. Op beide begane gronden bevinden zich parkeerplaatsen met oplaadpunten voor scootmobielen. De architect heeft gezorgd voor negen verschillende plattegronden die beide complexen bijzonder aantrekkelijk maken. Dat is een groot compliment waard, ook al was ze inmiddels een getraind puzzelaarster geworden. Daarenboven moest ze rekening houden met typische zorgvoorzieningen als draaicirkels van verrijdbare bedden, beddenlift en andere zorggerelateerde faciliteiten.

Bijzondere toevoeging
De bouw is traditioneel in kalkzandstenen wanden, breedplaatvloeren, Accoya kozijnen, hsb-binnenspouwbladen en een metselwerk buitenblad. Aan de straatzijde is in lijn met het straatbeeld gekozen voor een rode baksteen, aan de achterzijde voor een zachtere gele. En daarmee komen we aan een zeer bijzondere toevoeging op het binnenterrein, die het hele project dubbelplust. Tijdens de wachtjaren had de architect alle gelegenheid over de invulling van dat gebied na te denken. Plan was van aanvang een gemeenschappelijke tuin voor de voltallige groep. Die lusthof is ook gerealiseerd met perken en paden, borders en bakken, maar Janson bedacht langs de woningen tevens bijpassende galerijen, niet alleen als vluchtweg en portiekontsluiting, maar ook als buitenruimte. Verder ontwierp ze een tuinpaviljoen (4 m hoog), van beide blokken uit verbonden met corridors (3 m hoog). En alles in een uitvoering van onbehandeld blank Accoya.

Hele sport
Het betekende dat ze veel verzet moest overwinnen. Er was bezwaar tegen de sfeer van verblijfsruimtes op de galerijen, de bovenste vluchtweg op de vierde verdieping moest overkapt zodat bewoners per pantoffel naar de brievenbus konden, vanwege de brandveiligheid moesten er stalen liggers in de constructie en vanwege de vuildoorval betonnen platen onder de dekdelen en die delen mochten niet te glad zijn (oude mensen!). En was hoegenaamd de luxe van een tuinpaviljoen wel gepast, en dan ook nog in twijfelduurzaam hout? 'Het was een hele sport mijn plannen en het houtgebruik erdoor te krijgen. Wat meewerkte voor het paviljoen, was dat de fundering er al lag. Dat was de betonplaat, waarop de grote bouwkraan had gestaan! En ik wilde per se voor de sfeer, het gevoel en de natuurlijke uitstraling mooi vergrijzend onbehandeld Accoya toepassen. Ik wilde zachtheid en vriendelijkheid.'

Bekoorlijke transparantie
Dat afwerking achterwege bleef, scheelde voorts in het onderhoud. Daarnaast gaf de constructeur en leverancier van alle Accoya-constructies, Woodteq uit Rijssen, een garantie van 25 jaar; Accoya valt immers in duurzaamheidsklasse 1. Ook Accoya-producent Accsys te Arnhem droeg geruststellende informatie aan over het FSC-gecertificeerde product met Cradle to Cradle Gold-keurmerk: duurzaam, vormvast, betrouwbaar, uv-bestendig. Het binnenterrrein is aldus een gebied van een grote bekoorlijke transparantie geworden. In de galerijen zijn wel stalen H-liggers terechtgekomen, op last van de brandweer brandwerend geschilderd, maar ze zijn weggetimmerd met Accoya; ook de betonplaten zijn eronder gekomen, maar de uitstraling is er toch vooral één van hout. De afmetingen van Accoya-kolommen en -'liggers' zijn 184 x 192 c.q. 71 x 196/221 mm, met randliggers van 71 x 260 mm.

Positieve gevolgen
Corridors en paviljoen, voor het aanzicht vanaf de galerijen bedekt met mossedum, bestaan uit een heldere Accoya-constructie van kolommen en liggers (246 x 246 c.q. 71 x 246/280 mm), ingevuld met dito puien en hier en daar versierd met stalen windverbanden. De plafonds binnen zijn akoestisch bekleed met geperforeerde panelen, voorzien van transparant behandeld okouméfineer. In de dekdelen (21 x 195 mm) zijn voor de stroefheid per plank drie EPDM-strips gefreesd. Over het resultaat zijn alle eerder genoemde partijen uitermate tevreden. Nee, weerstand betekende geen weerzin, maar een weerzien van wat men eigenlijk steeds al voor ogen had gehad.

 Locatie: Fagelstraat 44-54, Jacob Catskade 35-37, Amsterdam 
 Opdrachtgever:  Ymere Amsterdam
 Huurder groepswoningen Fagelstraat:  Amsta Amsterdam
 Ontwerp: Studio Huijgens Den Haag; Liesbeth Janson
 Aannemer: 

Coen Hagedoorn Bouwgroep Huizen 

 Constructeur, leverancier Accoya  constructies: Woodteq houtconstructies Rijssen
 Accoya kozijnen: 

Timboco kozijntechniek Drachten 

 Bouwperiode:  April 2013 - juli 2014
 Bouwkosten:  € 4,75 miljoen (excl. btw)